Spring naar inhoud

BIJLAGEN

BIJLAGE 1: VERGADERINGEN VAN DE RAAD VAN TOEZICHT

De Raad van Toezicht heeft overlegd met het College van Bestuur op 3 februari, 20 april, 2 juni, 30 september en op 9 december. Daarnaast heeft het CvB vier keer met de Commissie Financiën overlegd en drie keer met de Commissie Onderwijs. De Commissie Governance heeft diverse gesprekken gevoerd met het College van Bestuur en de Bestuursleden individueel ten behoeve van de werving en selectie van opvolging voor Willem Huiskamp (voormalig voorzitter van het College van Bestuur, per 16 september 2020 uit dienst) en Rene van Kuilenburg (voormalig lid van het College van Bestuur, per 1-10-2020 uit dienst) en het installeren van Karin Pullen als nieuwe voorzitter van het College van Bestuur (per 1-5-2020)

Overzicht agendapunten RvT-overleggen

Onderwerp Besluit Goedkeuring gegeven Informatie ontvangen
Aanpassing statuten Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland  3/feb    
Aanpassing statuten Groei.zone  3/feb    
Management Letter BDO      3/feb
Staking deelname aan haalbaarheidsonderzoek gemeenschappelijk Campus Almelo    3/feb  
Update impact Corona     20/apr
Rapportage Q4 2019     20/apr
Update impact Corona      2/jun
Rapportage Q1 2020      2/jun
Astrium Accountant aanstellen  2/jun    
Jaarverslag 2019    2/jun  
Canvas business model Groei.zone    2/jun  
Updat impact Corona     30/sep
Rapportage Q2 2020     30/sep
Vacaturestelling lid CvB 30/sep    
Kaderbrief 2020     30/sep
Strategie huisvesting   30/sep  
Fusie Groeipunt en Groei.zone   30/sep  
Convenant Innovatiekwartier Zwolle   30/sep  
Update impact Corona      9/dec
Herstelonderzoek inspectie      9/dec
Begroting 2021    9/dec  
Rapportage Q3 2020      9/dec
Management Letter Astrium Accountants      9/dec
Indeling WNT klasse    9/dec  
Business plan Groei.zone      9/dec

BIJLAGE 2: NEVENFUNCTIES TOEZICHTHOUDERS EN BESTUURSLEDEN

Dhr. J. Brink, toezichthouder

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/niet betaald Tijdvak 2020
Jan Brink TCT 73293393 Eigenaar Betaald 01.01- 31.12
Curios BV  80796621 Eigenaar Betaald 01.01- 31.12
Metricks VOF 81031882 mede-eigenaar Betaald 01.12- 31.12
Rode Kruis District IJsselland 40409352 Voorzitter niet betaald 01.01- 31.12
Stichting Stadsproductie Zwolle 66830273 Voorzitter niet betaald 01.01- 31.12

Dhr. M. Geessink, toezichthouder

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/niet betaald Tijdvak 2020
Maatschap Ros Managementregie 9186626 Directeur Betaald 01.01- 31.12
Hemstea Wijnen B.V. 9102986 Directeur Betaald 01.01- 31.12
Hooge Raedt Groep B.V. 50037226 Directeur Betaald 01.01- 31.12
Hooge Raedt Social Venture B.V. 32124832 Directeur Betaald 01.01- 31.12
Stichting Cool Classic Challenge 53889029 Voorzitter Niet betaald 01.01- 31.12

Dhr. I. Konings, toezichthouder

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/niet betaald Tijdvak 2020
Collegamento   Organisatieadviseur Betaald 01.01- 31.12

Dhr. J.R. Meesters, toezichthouder

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/niet betaald Tijdvak 2020
LTO   Lid afdelingsbestuur Niet betaald 01.01- 31.12
Landbouwbedrijf Meesters 1149292 Eigenaar Betaald 01.01- 31.12
Sectortafel Agro en Food   Algemeen lid stuurgroep Niet betaald 01.01- 31.12
Etenuitderegio 71395415 Mede-eigenaar (0,33%) Betaald 01.01- 31.12
Regio Zwolle Incubator   Ingezete Niet betaald 01.01- 31.12
Living Wave company/MeestersinAgri, consultancy 1149292 Eigenaar Betaald 01.01- 31.12
Gemeenteraadslid Meppel   Raadslid Betaald 01.01- 31.12

Mw. J. Nuys, toezichthouder

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/niet betaald Tijdvak 2020
Dairy Data Warehouse 51385309 Head of Global Key Account Management Betaald 01.01- 31.12

Karin Pullen, Voorzitter College van Bestuur, aangetreden in mei 2020

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/niet betaald Tijdvak 2020
KleinGeluk   Voorzitter Raad van Toezicht Betaald 01.01-31.12
Stichting Ygdrasil   Voorzitter Raad van Toezicht Betaald 01.01-31.12
Cultura   Voorzitter Raad van Toezicht Betaald 01.01-31.12

Willem Huiskamp, Voorzitter College van bestuur, afgetreden in 2020

Geen nevenfuncties

Rene van Kuilenburg, lid College van Bestuur, afgetreden in 2020

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/niet betaald Tijdvak 2020
Universiteit Twente, Master of Public Management   Lid Raad van Advies Master of Public Management Niet betaald 01.01- 31.12
Volleybal Vereniging Springendal Set Up '65   Voorzitter Niet betaald 01.01-31.12

BIJLAGE 3: JAARVERSLAG ONDERNEMINGSRAAD

Aandachtspunten 2020

Onderwerp Wat zegt de OR hierover
Proces Functiewaardering In het voorjaar is het geharmoniseerde functieboek vastgesteld. Daarna lag de focus op de invoering ervan onder personeel ondersteunende diensten. Er is afgesproken dat door deze operatie niemand er in salaris op achteruit gaat. Door de invoering van zelforganiserende teams in het MBO bestaat de behoefte om voor docenten een andere systematiek te hanteren. Hiervoor is echter nog geen beleid ontwikkeld.
Harmonisatie arbeidsvoorwaarden OR stemt in, maar wijst op goede publicatie van deze regelingen en vraagt duidelijkheid inzake dienstreizen in relatie tot het begrip standplaats. Het standpunt van de OR luidt: iedere medewerker heeft één standplaats. Bij werkzaamheden elders wordt een vergoeding voor dienstreizen betaald.
Consequenties invoering Wet Arbeidsmarkt in balans OR wijst m.n. op de risico’s voor de organisatie wanneer bij benoemingen onvoldoende aandacht is voor de werkhistorie.
Advies n.a.v. BAC Voorzitter College van Bestuur De OR is door de raad van toezicht betrokken bij het opstellen van de profielschets en bij de advisering benoeming van een lid van het College van bestuur. Dit heeft geleid tot een positief advies op de benoeming van Karin Pullen.
Opheffing van Groeipunt BV en oprichting van de stichting Groei.Zone De OR gaf de voorkeur aan het onderbrengen van Groei.zone bij Zone.college. Het bestuur heeft besloten om een aparte Stichting op te richten.De OR adviseert om de private en publieke geldstromen strikt gescheiden te houden.
Instemming Reiskosten Uitdrukkelijke verzoek de Regeling te verduidelijken met een aantal praktische rekenvoorbeelden
Inventarisatie Open eindjes Stap2 De fusie is gebaseerd op uitgangspunten die zijn vastgelegd in document Stap 2. De OR wil dit graag evalueren: wat hebben we kunnen realiseren, wat is anders gelopen dan verwacht, en wat zouden we, met de kennis van nu, anders doen? Wordt vervolgd in 2021
Online werken met corona: eerst op afstand, vervolgens anderhalvemeterruimte, ten slotte op afstand Initiatiefadvies Taskforce OR is buiten de Taskforce gehouden. Op advies van de OR is het CvB ertoe over gegaan de OR meer te betrekken in de besluitvorming. De inbreng van de mensen die het werk moeten uitvoeren is cruciaal voor het welslagen van de maatregelen.
Nieuw OR-reglement met mogelijkheid voor personeel na drie maanden diensttijd actief en passief kiesrecht te gunnen Aanpassing was op het moment nog niet wettelijk vereist, maar de SER stimuleert al de toepassing ervan. Met OR verkiezingen in aantocht vindt de OR het belangrijk dat een zo groot mogelijk deel van de medewerkers actief bij de medezeggenschap wordt betrokken.
Advies Organisatie VMR OR adviseert de VMR zodanig in te richten dat doorstroommogelijkheden worden gestimuleerd. Werkoverleg dient nadrukkelijker als instrument voor medezeggenschap worden ingezet.
Advies Magister.ME Ter overweging heeft de OR in zijn advies opgenomen: let erop dat de keuze voor leerplatform niet een obstakel vormt in de doorlopende leerlijnen. Neem de werkvloer mee in de implementatie van het platform. Draagvlak stimuleert het gebruik ervan. De OR adviseert CumLaude te evalueren teneinde gerichter te zoeken naar een passend platform.
Initiatiefadvies CumLaude OR adviseert CumLaude te evalueren en op basis van de resultaten aan te passen of te verbeteren. Deze evaluatie is extra relevant nu voor het VMBO voor Magister-ME is gekozen.
Voorbereiding en uitvoering OR-verkiezingen 08/02/21 – 12/02/21 Er zijn vijf vacatures, waarvan een door een voortijdig aftredend lid, vier vanwege het verlopen van de zittingstermijn. Uitvoering in 2021
Harmonisatie arbeidsvoorwaarden: Reiskosten OR adviseert nogmaals: publiceer de regeling met de erbij horende rekenvoorbeelden.
Strategisch Beleidsplan 2020 – 2023 De OR adviseert op cruciale ontwikkelingslijnen evaluatiemomenten in te bouwen (PDCA-cyclus).
Instemming Fuwa en Implementatie ervan Door verschillen tussen de fusiepartners dreigde een grote diversiteit aan functienamen en inschalingen te ontstaan. Om dit te harmoniseren is dit traject opgestart. Uitgangspunt: niemand gaat erop achteruit. In voorjaar 2020 is het nieuwe functieboek vastgesteld. Mede door de Coronacrisis is het uitreiken van de functies aan de medewerkers vertraagd. Voor het OOP zijn de functies aan het einde van 2020 uitgereikt. De OR heeft een zetel in de Interne Bezwarencommissie. Vervolg 2021.
Advies hGL => intensief overleg hGL Na ampel overleg met een aantal betrokkenen verwijst de OR dit beleidsstuk terug naar de tekentafel: de werkvloer dient nadrukkelijker te worden betrekken bij de ontwikkeling en implementatie. Vervolg in 2021
Advies fusie Groei.zone en Groeipunt Positief advies met de volgende aandachtspunten: private en publieke geldstromen strikt gescheiden houden; aandacht voor medezeggenschap personeel; beleidsontwikkeling op professionalisering van personeel in de Zone.academie.
Instemming Examenreglement vmbo-hgl-vmr Instemming met als adviespunten: pas de stijl van de tekst aan. Met name de verwijzingen naar de wet maken dat ouders en deelnemers moeite hebben hun rechten en plichten eruit te halen.
Evaluatie Functionaris AVG Ter kennisname. Deze functie is naar tevredenheid van de OR geëvalueerd en kan worden gecontinueerd.
Installatie werkgroep Fuwa OR is hierbij goed meegenomen in de beleidsontwikkeling en -uitvoering
Voorbereiding Overleg Instemming op hoofdlijnen van de begroting Instemming gegeven met het advies voorzichtig te zijn als het gaat om de inzet van incidentele inkomsten (projectgelden) voor structurele uitgavenposten te gebruiken.
Rapport vierjaarlijks onderzoek door de onderwijsinspectie Ter kennisname. De directeur mbo is gevraagd naar de stand van zaken
Instemming draagplicht mondkapje Het is goed dat deze maatregel langs de OR is gegaan, daar ARBO in het DNA van de OR zit.
Initiatiefvoorstel Profiel Lid CvB OR heeft m.n. onderwijsbeleid en relatie met de groene sector als voorwaarden in de werving en selectie gesteld.
Behandeling Strategische huisvestingsagenda 2020 - 2030 Ter kennisname. De OR wil de Strategische huisvestingsagenda 2020 - 2030 en de evaluatiedatum ervan graag agenderen!

BIJLAGE 4: CENTRALE STUDENTENRAAD MBO

Overleg

De centrale studentenraad heeft in 2020 zeven keer overlegd. Vanzelfsprekend heeft vanaf maart Corona altijd boven aan de agenda gestaan. Enerzijds om ervaringen met elkaar en het College van Bestuur te delen. Anderzijds om af te stemmen over ingrijpende maatregelen als gevolg van Corona, zoals het gebruik van mondkapjes.

Naast Corona zijn de volgende onderwerpen besproken:

  • De resultaten van de Job-monitor 2020.
  • Oprichting Studenten Service Punten op locaties.
  • Nakijktermijnen. De studentenraad heeft geadviseerd eenduidige termijnen te hanteren.
  • Begroting 2021. De studentenraad heeft ingestemd met de hoofdlijnen van de begroting 2021

Samenstelling

De centrale studentenraad bestaat uit 3 personen:

  • Anouk Hannink
  • Bobby Knopjes
  • Kay de Bruin

Eind 2020 is een start gemaakt met het werven van nieuwe leden en het versterken van de deelraden op locaties.

BIJLAGE 5: OUDER BESTUUR COMMISSIES

De  dialoog met ouders vindt op twee niveaus plaats. Op elke locatie wordt de dialoog gevoerd met een Ouder Advies Commissie.  Op bestuursniveau vindt de dialoog plaats met een Ouder Bestuur Commissie Financiën en met een Ouder Bestuur Commissie Onderwijs.

Ouder Bestuur Commissie Onderwijs

Naam  Locatie 
Janine Poliste  Enschede 
Kay Beumers  Enschede 
Marieke de Haan  Borculo 
Peter de Zeeuw  Twello 
Simone Arentz  Doetinchem 
Bianca Sluijer  Almelo 
Irna Koot  Zwolle 
Tamara Donkers   Doetinchem 

Ouder Bestuur Commissie Financien

Naam  Locatie 
Henk Alberts  Enschede 
Annie Harmsen  Borculo 
Daan Bekhuis  Twello 
Mark Barenbrug  Doetinchem 
Janny Veneman  Almelo 

In het gesprek met de Commissie Onderwijs was vanzelfsprekend Corona het belangrijkste agendapunt. Met de Commissie Financiën is het jaarverslag 2019 en de begroting 2021 doorgenomen. Zij hebben gezamenlijk met de Ondernemingsraad en Studentenraad ingestemd met de hoofdlijnen van de begroting.

BIJLAGE 6: PERSONEELSGEGEVENS

Strategisch personeelsbeleid

Medewerkers zijn de sleutel tot het succes van onze organisatie; de kwaliteit van onze medewerkers bepaalt de kwaliteit van ons onderwijs. Wij gunnen onze studenten topdocenten met diverse achtergronden die samen Groots Groen Onderwijs bieden. Nieuwsgierige bevlogen mensen die het beste voor hebben met onze studenten en leerlingen en eigenaarschap tonen, onder andere op het gebied van de eigen ontwikkeling. We gaan onze medewerkers helpen ‘top-medewerkers’ te worden én te blijven. Vanzelfsprekend kan dat alleen als Zone.college een aantrekkelijke werkgever is. Daartoe bieden wij onze werknemers leidinggevenden die inspireren en een voorbeeldfunctie vervullen. Maar ook faciliteren wij medewerkers optimaal in hun ontwikkeling en bieden we aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden. En daarmee zijn wij ook in staat top werknemers aan te trekken. 
Vanuit dit perspectief hebben wij in 2020 hard gewerkt aan het vorm geven van het (strategisch) HRM-beleid voor 2020 - 2024. In dit beleidsplan staan onze visie, missie, kernwaarden, doelen en ambities beschreven en wat dit vraagt van onze medewerkers, onze werkomgeving en van de organisatie als werkgever. We hebben een route uitgestippeld hoe wij met onze medewerkers onze doelen en ambities willen gaan realiseren. Vanuit HRM-beleid geven directies en leidinggevenden uitvoering aan het personeelsbeleid op hun scholen in samenspraak met hun medewerkers. 

Onderwijs Oost b.v.

De afgelopen jaren heeft Zone.college gebruik gemaakt van de diensten van Oost b.v.  Deze bv (oprichtingsdatum 9 juli 2012) is 100% dochter van Groene Onderwijsdiensten BV en werkte uitsluitend voor Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland. In deze bv werden medewerkers aangesteld en gedetacheerd bij Zone.college voor wie op termijn (nog) geen vaste reguliere formatieplaats kon worden gerealiseerd. Als gevolg van de wet WAB, waarin er geen verschillen meer zijn tussen een ingeleende (payroll) medewerker en een medewerker in loondienst, heeft er in 2020 geen instroom meer in deze bv plaats gevonden en is de bv afgebouwd. Dat heeft tot gevolg dat nieuwe medewerkers vanaf 2020 worden aangesteld middels een uitzendbureau dan wel in loondienst. 

Verdeling docenten over salarisschalen

In 2020 is het aantal LC en LD docenten (in aantallen fte) ten opzichte van 2018 en 2019 gedaald binnen de stichting. Dit is te verklaren doordat er meer LB docenten in vaste dienst zijn getreden en er een aantal LC en LD docenten uit dienst of met pensioen zijn gegaan. 

Verdeling docenten over salarisschalen in procenten

Salarisschaal 2018 2019 2020
Docent LB 79% 81% 86%
Docent LC 20% 18% 13%
Docent LD 1% 1% 1%

Verdeling docenten over salarisschalen in aantallen

Salarisschaal 2018 2019 2020
Docent LB 336 348 457
Docent LC 83 78 73
Docent LD 6 6 3

Beleid inzake beheersing uitkeringen na ontslag

Zone.college voert een stringent beleid omtrent de beheersing van uitkeringslasten na ontslag.  Hiervoor is een voorziening wachtgeld getroffen en daarnaast wordt door HRM nauw samengewerkt met externe partners om de kosten voor uitkeringslasten zo beperkt mogelijk te houden. Daarnaast streven wij het doel na om uitkeringsgerechtigden, eventueel met de juiste ondersteuning,  zo spoedig mogelijk aan een nieuwe baan te helpen. 

Wet Evenredige Verantwoording (WEV) vrouwen in leidinggevende functies

In het managementteam zijn vier vrouwelijke locatiedirecteuren/portefeuillehouders (36% van het totaal) vertegenwoordigd. In de onderstaande tabel wordt de man-vrouw verhouding op alle leidinggevende functies gepresenteerd. 

Verhouding mannen-vrouwen in leidinggevende functies

Functie Man Vrouw
Directeur/Portefeuillehouder 62% 38%
Teamleider 59% 41%
Stafhoofd 67% 33%
Coordinator Onderwijsservices 38% 63%
Hoofdconcierge 100% 0%

Lerarenbeurs

Docenten die een onderwijsbevoegdheid of minimaal een bachelorsdiploma als leraar in het hbo hebben konden in het verleden een lerarenbeurs aanvragen voor een aanvullende bachelor of master opleiding. In 2020 is door het ministerie van OCW het budget voor de Lerarenbeurs tijdelijk verlaagd.  Reden hiervoor is dat er door OCW middelen uit de Lerarenbeurs verschoven zijn ten behoeve van een bredere bestrijding van het lerarentekort. Door deze beleidskeuze hebben dit jaar geen docenten van het Zone.college een nieuwe lerarenbeurs toegekend gekregen.

Werkdrukplan

Op 1 juli 2019 is een werkdrukplan met instemming van de OR vastgesteld binnen de organisatie. Bij het maken van het plan heeft de werkgroep Werkgeluk (met een vertegenwoordiging van docenten, ondersteuners, OR en leidinggevenden) gefungeerd als denktank. In verschillende bijeenkomsten en met uitkomsten van het MTO is een handreiking opgesteld waarmee medewerkers en leidinggevenden zelf, in hun team en op hun locatie aan de slag kunnen om werkdruk te verlagen en werkgeluk te vergroten. In 2020 is het plan geëvalueerd en het is goed te zien dat op de locaties verbeteracties zijn ondernomen. Daarnaast zijn er vanuit de evaluatie een vooral op het gebied van HR een aantal actiepunten gekomen die in 2021 zullen worden opgepakt. Denk hierbij aan het uitrollen van het nieuwe functieboek, gericht opleidingsaanbod vanuit de Zone.academie. 

Taakbelastingsbeleid

Binnen het strategisch personeelsbeleid is uitgebreid aandacht voor taakbesteding en taakbelasting van de medewerkers. Door inzet van instrumenten zoals het georganiseerde werkoverleg binnen team wordt actief sturing gegeven aan een evenredige taakbelasting. 
Het Generatiepact is op 1 januari 2017 in werking getreden is op 1 april 2020 definitief beëindigd. Zoals reeds vorig jaar in het jaarverslag aangegeven zijn de beoogde doelstellingen van de regeling niet volledig zijn behaald. Aandacht voor het onderwerp blijft uiteraard nodig. Daarom heeft het College van Bestuur de afdeling HR de opdracht gegeven te kijken naar een alternatieve generatie-neutrale regeling die valt binnen het kader van het vitaliteitsbeleid. 

Participatiewet

Op 1 januari 2015 is - als gevolg van de afspraken uit het Sociaal Akkoord in 2013 - de Participatiewet van kracht geworden, om voor mensen met een arbeidsbeperking banen beschikbaar te stellen om doorstroom naar een reguliere baan te bevorderen. De doelstelling die vanuit het UWV is opgelegd is het realiseren van 17 banen (van 25,5 uur). Op dit moment zijn er 4 banen binnen Zone.college gerealiseerd. 

BIJLAGE 7: EXAMENVERSLAG MBO 2018-2019

Examenorganisatie

Zone.college heeft de organisatie van de examinering zodanig ingericht dat de kwaliteitsdoelstellingen van Zone.college ten aanzien van de examinering kunnen worden verwezenlijkt en dat wordt voldaan aan de wettelijke eisen. Hiertoe heeft het bevoegd gezag van Zone.college examencommissies ingesteld met vastgestelde taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de organisatie en het afnemen van de examens voor alle door Zone.college verzorgde opleidingen. Eindverantwoordelijke voor het proces van examinering is het bevoegd gezag. In de examenstructuur bij Zone.college zijn voor het mbo te onderscheiden:

  • het College van Bestuur (CvB) als bevoegd gezag;
  • de Examencommissie mbo, ondersteund door een Werkgroep Examinering mbo (WEM), productauditoren (inhoudelijke vaststellers) en het Examenbureau mbo;
  • een Commissie van Beroep voor de examens.

Om de kwaliteit van de examencyclus te waarborgen is geïnvesteerd in de deskundigheidsbevordering van iedereen die hierin een rol speelt.

Valide examinering

Voor de instellingsexamens worden valide exameninstrumenten ingezet, die afgenomen worden in de voorgeschreven examenomstandigheden. De examenproducten die wij in het schooljaar 2019-2020 hebben ingezet voor het examineren van het beroepsspecifieke deel in de mbo-opleidingen, zijn ingekocht bij de Groene Norm. Voor het examineren van de generieke taal- en rekeneisen hebben we examens ingekocht bij ICE. In enkele uitzonderingsgevallen is geëxamineerd met examens die binnen Zone.college ontwikkeld zijn. Het betreft hier examens die afgenomen zijn van kandidaten in de Beroepsgerichte Kwalificatie Structuur (BKS) en examens voor de keuzedelen. De (overgangsperiode voor de) valideringsroute voor het ontwikkelen van examens volgens de collectieve afspraken in de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO), is op deze examens nog niet van toepassing.

De examenprogramma’s en (ingekochte) producten zijn vastgesteld conform de richtlijnen in onze procedure ‘Construeren en vaststellen examenprogramma’. Voor de Centraal Ontwikkelde Examens (COE’s) Taal en Rekenen zijn procedures en instructies vastgesteld voor de afname en de logistieke processen rond die afname.

Resultaten beroepsspecifieke examens

Bij de afname van de beroepsspecifieke examens worden de kerntaken van de kwalificatie beoordeeld. Deze examens zijn in de digitale examentool van de Groene Norm beoordeeld. Van deze examens wordt in de volgende tabel weergegeven hoe vaak het eindoordeel van een kerntaak (evt. na herkansing) met een goed, voldoende of onvoldoende is beoordeeld.

Resultaten beroepsspecifieke examens

Totaal aantal beoordelingen goed voldoende onvoldoende
1708 485 1179 44

Resultaten centrale examens taal en rekenen

In onderstaande tabel staan de resultaten voor Nederlandse taal en Rekenen in het schooljaar 2019-2020 die we met de examensoftware Facet hebben afgenomen. Hieruit valt op dat onze kandidaten voor Engels B1 duidelijk onder het landelijk gemiddelde zitten, maar daarentegen de kandidaten voor Engels B2 hoger scoren dan het landelijk gemiddelde. Nog een kanttekening is dat veel onvoldoendes na 1 of 2 herkansingen zijn omgezet in voldoendes.

Resultaten centrale examens taal en rekenen

Mbo niveau Vak aantal kandidaten gemiddeld percentage voldoendes gemiddelde score Zon.college gemiddelde score landelijk afwijking t.v. landelijke score (- is onder gemiddeld)
2 en 3 Nederlands 2F 596 6,8 89% 63 62,8 0,40%
2 Rekenen 2A 18 5,8 78% Voor deze examenvarianten publiceert het college voor toetsen en examens geen vaardigheidsscores    
2 en 3 Rekenen 2F 732 5,5 47% 42,4 40,7 4,20%
2 en 3 Rekenen 2ER 11 4,6 45% Voor deze examenvarianten publiceert het college voor toetsen en examens geen vaardigheidsscores    
4 Nederlands 3F 487 5,8 63% 49,7 49,5 0,50%
4 Rekenen 3F 545 5,3 39% 42,4 39,2 8,30%
4 Engels B1 464 7,3 87% 492,6 512,2 -3,80%
4 Engels B2 65 7,2 94% 612,1 558,4 9,60%

Opmerkelijke zaken

  • Het beleidsdocument ‘Uitvoering examinering mbo tijdens Corona’ is vastgesteld door bevoegd gezag.
  • Aanpassingen in de (uitvoering) van de examinering t.g.v. COVID-19 zijn goedgekeurd door de examencommissie.
  • Van het totale aantal van 905 gediplomeerden, hadden 38 kandidaten niet voldaan aan de keuzedeelverplichting. Doordat dit het gevolg was van COVID-19 kwamen deze kandidaten wel in aanmerking voor een diploma.
  • Per 1 oktober 2020 waren 3 kandidaten nog niet geslaagd als gevolg van de situatie door COVID-19.
  • Er zijn in dit schooljaar 7 bezwaarschriften ingediend en afgehandeld door de examencommissie. Geen enkele kandidaat is na afhandeling van het bezwaar in beroep gegaan.

BIJLAGE 8: RISICO-CONTROLMATRIX

De risico control matrix is een overzicht waarbij inzichtelijk wordt gemaakt:

  • Welke (top)risico’s we lopen op (sturings)aspecten te weten klant, onderwijs, personeel en middelen/budget;
  • Welke beheersmaatregelen genomen zijn, gecategoriseerd naar de vier onderscheiden (sturings)aspecten;
  • Op welke risico’s een beheersmaatregel impact heeft.

BIJLAGE 9: NOTITIE HELDERHEID

Om de doelmatige en rechtmatige besteding van de rijksbijdrage te ondersteunen nemen we in deze bijlage een toelichting op over de onderwerpen die in de Notitie Helderheid 2004 zijn vermeld.

Thema 1: Uitbesteding

Wij hebben 22 uitbestedingen gerapporteerd die voldoen aan de gestelde eisen. Dit is aantoonbaar middels afgesloten contracten. Het betreft de uitbestedingen aan de volgende instellingen:

  • Attendiz, locatie Het Fundament
  • Attendiz, locatie onderwijscentrum Het Roessingh
  • Boerderij de Huppe
  • Graafschap College Sector Educatie & Participatie
  • Hoeve op Vollenhof
  • Ivio School
  • Kwaliteitsrijke zorg
  • MaxX Onderwijs
  • St. Carmelcollege, Etty Hillesum Lyceum
  • Stayble
  • SWV 23-01 Passend Onderwijs VO Regio Almelo
  • SWV VO 2505

Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten

Zone.college investeert geen publieke middelen in private activiteiten.

Thema 3: Het verlenen van vrijstellingen

Indien studenten vrijstellingen krijgen dan is de regel dat de onderwijstijd alternatief wordt ingevuld. In incidentele gevallen wordt, als gevolg van persoonlijke omstandigheden, de onderwijstijd niet geheel gerealiseerd; in die gevallen is altijd overleg met leerplicht resp. het RMC.

Thema 4: Les- en cursusgelden niet betaald door deelnemer zelf

Wij maken geen gebruik van een fonds om les- en cursusgeld voor deelnemers te vergoeden. Wij hebben voor geen enkele deelnemer meer dan één keer les- en/of cursusgeld in rekening gebracht.

Thema 5: In- en uitschrijven van deelnemers

Deelnemers die uitstromen tussen de eerste en tweede teldatum Uitstroom tussen 01/10/2019 en 01/02/2020    
  vmbo mbo Totaal
Uitval met diploma 20  20 
Uitval zonder diploma 17  94  111 
Totaal 17  114  131 
       
Redenen van vertrek      
Geografische afstand, verhuizing, ziekte, overlijden
Onbekend   16  16 
Persoonsgebonden, geen invloed   34  34 
Persoonsgebonden, geen invloed wel opvang  
Geen uitval  
School gebonden redenen: inhoud, vormgeving opleiding, relatie docenten  
Arbeidsmarkt- en (externe) omgevingsfactoren  
Situatie op de arbeidsmarkt, BPV-markt, ontslag, indienst bij BPV  
Sociaal-emotioneel, leervermogen, psychische stoornis, thuissituatie  
Verkeerde studie, beroepskeuze 15  18  33 
Totaal 17  94  111 

Thema 6: De deelnemers volgt een andere opleiding dan waarvoor hij/zij ingeschreven is.

Verandering Aantal deelnemers 2019/2020
Van leerweg vmbo 27
Van leerweg mbo 27
Van opleidingscluster (wereld) 40
Van niveau 99
   
   
In 2020 zijn 998 mbo-diploma's uitgereikt. Per deelnemer is maximaal één diploma uitgereikt. 9 Kandidaten ontvingen aanvullend op hun diploma een certificaat.  

Thema 7: Bekostiging van maatwerktrajecten ten behoeve van bedrijven.

Binnen Zone.college worden uitsluitend reguliere opleidingen verzorgd.

Thema 8: Buitenlandse deelnemers

Wij hebben geen buitenlandse deelnemers gerapporteerd.

BIJLAGE 10: KWALITEITSAGENDA, VERANTWOORDING VOORTGANG

Inleiding

Paragraaf B.3.3. van het jaarverslag 2020 beschrijft op hoofdlijnen de voortgang in de jaren 2019 en 2020 van de implementatie van de Kwaliteitsagenda. In die paragraaf is onder andere de onderstaande tabel opgenomen over de voortgang. Deze bijlage geeft van de voortgang een gedetailleerde beschrijving.

Leeswijzer

De Kwaliteitsagenda bevat 21 maatregelen. Elke maatregel wordt in dit document apart beschreven op de volgende aspecten:

  • De stand van zaken: een beschrijving op hoofdlijnen van de activiteiten die zijn uitgevoerd in 2019 en 2020. De beschrijving van activiteiten is geordend naar de doelen die aan de maatregel ten grondslag liggen.
  • De verwachting ten aanzien van de doelen: een vooruitblik op het al dan niet behalen van de beoogde doelen die ten grondslag liggen aan de maatregel.
  • De verwachting ten aanzien van uitvoering van de maatregel: een vooruitblik op de stappen die nog volgen bij de uitvoering van de maatregel.

In de laatste paragraaf wordt de realisatie van de indicatieve begroting weergegeven, inclusief een toelichting.

Nr. Werkveld Maatregel Voortgang ligt voor op schema Voortgang ligt op schema Voortgang ligt achter op schema
1 Bloem Opleiding herinrichten met een specifieke hotspot   x  
2 Dierverzorging N4 Dierverzorging naar een hoger plan brengen     x
3 Dierverzorging Praktijklocaties uitbreiden x    
4 Dierverzorging Aanbod softskills versterken   x  
5 Groen Uitbreiden entree- en N2- opleiding   x  
6 Groen Bijscholen Waterschappen     x
7 Groen Hotspot groen creëren   x  
8 Groen Opzetten Urban Green   x  
9 GGI Herbezinning opleidingslocaties   x  
10 GGI Opleidingsprogramma vernieuwen   x  
11 GGI Bij- en nascholingsprogramma     x
12 Paard Bij- en nascholingsprogramma     x
13 Paard Maatwerk x    
14 Paraveterinair Internationalisering     x
15 Paraveterinair Honoursprogramma   x  
16 Teelt Vernieuwing aanbod     x
17 Veehouderij Leren in de praktijk   x  
18 Veehouderij Praktijklocaties en docenten   x  
19 Voeding Praktijklocatie   x  
20 Voeding N4 Voeding & voorlichting ontwikkelen   x  
21 Organisatie breed Professionalisering docenten   x  

Maatregel 1: Bloem, opleiding herinrichten met een specifieke locatie (hotspot)

Stand van zaken

Doel 1: Stabiele en toonaangevende opleiding voor professionals in binnengroen

Het herinrichtingsplan is gemaakt. In het schooljaar 2020-2021 is klas 1 gestart met de opleiding nieuwe stijl. Vanaf schooljaar 2021-2022 volgt klas 2 de opleiding nieuwe stijl en in de jaren daarna klas 3. Vanaf schooljaar 2023-2024 hebben alle drie klassen minimaal een jaar volgens de nieuwe opzet gedraaid en kan worden gesproken van een stabiele opleiding.

Doel 2: Betere afstemming tussen niveaus van de opleiding

In het herinrichtingsplan is het onderscheid tussen de eindniveaus aangescherpt en zijn verschillende niveaus in een groep opgenomen.  Vanaf schooljaar 2020-2021 wordt volgens deze opzet gewerkt. Uit tussentijdse evaluaties, inclusief studentarena’s, blijkt dat het verschil tussen N2 en N3 scherper is geworden. Het verschil tussen N3 en N4 is nog onvoldoende scherp.

Doel 3: Goede aansluiting bij de werkpraktijk

Bij het maken van het maken van het herinrichtingsplan zijn het bedrijfsleven, oud-studenten bloem, docenten van andere scholen en de brancheorganisatie VBW (Vereniging Bloemist Winkeliers) betrokken. In het schooljaar 2020-2021 hebben bijna twintig bedrijven (waaronder Bloesembar, Klavertje Vijf, Foodatelier/Digital Chef, Planting Power, Studio Carolijn Slottje, Slow Flowers Nederland en Floral Touch) een bijdrage geleverd aan de praktijklessen. Deze inzet bestond uit

Doel 4: Doelmatige benutting van locaties

De opleiding werd verzorgd vanuit de locaties Zwolle, Almelo en Doetinchem. Vanaf schooljaar 2021-2022 wordt de opleiding alleen nog verzorgd vanuit de locatie Zwolle. De vrijgevallen ruimtes in Doetinchem en Almelo worden gebruikt voor andere opleidingen.

Verwachting ten aanzien van doelen

We gaan uit van een groeiscenario naar in totaal vierhonderd studenten (studenten N2, N3 en N4, buitenlandse studenten en volwassenen). Om dit doel te realiseren hebben we meer tijd nodig dan de looptijd van de Kwaliteitsagenda.

Uit feedback van studenten en bedrijven blijkt dat we op de goede weg zijn. Studenten geven wel aan dat ze nog moeten wennen aan de verbreding van het vakgebied. Bedrijven laten hun waardering blijken door aan te geven zich blijvend te willen binden aan deze opleiding. Ook de branchevereniging (VBW) is tevreden over de koers die we varen en heeft dit gewaardeerd met het keurmerk Floral Education Centre.

Verwachting ten aanzien van uitvoering van de maatregel

Het herinrichten van de opleiding en met een specifieke locatie verloopt volgens planning. We vervolgen de ingeslagen weg met de volgende ambities:

  • Doorontwikkelen van de opleiding tot een stabiele topopleiding;
  • De scheiding tussen N4 en N3 aanscherpen;
  • Uitbreiding van het aantal aangesloten bedrijven, praktijklocaties en vakdocenten uit de praktijk;
  • De inrichting van locatie Zwolle beter laten aansluiten op de praktijk.

Maatregel 2: Samen met Hogeschool van Hall Larenstein het aanbod van Dierverzorging niveau 4 naar een hoger plan brengen

Stand van zaken

Doel 1: Minder uitval mbo-doorstromers eerste jaar hbo.

In samenspraak met Hogeschool van Hall Larenstein (HVHL) is besloten dat het ontwikkelen van een Associate degree (Ad) Diermanagement de beste manier is om de uitval te verminderen. Op dit moment wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de Ad. Vanaf schooljaar 2022-2023 wordt de Ad Diermanagement aangeboden op locatie Velp van HVHL. Drie docenten Zone.college ontwikkelen mee aan de Ad.

Daarnaast is er een eerste contact geweest tussen docenten van de verschillende niveau-4-teams Dierverzorging en een manager en docent van HVHL Leeuwarden. Dit contact ging over het nader tot elkaar komen in de opleiding. HVHL is het curriculum aan het wijzigen en deelt dit. Zone.college-docenten geven een inkijk in het mbo-curriculum.

Er wordt gezamenlijk gedacht over inbedden van de doorstroom bij Zone.college. Ideeën zijn: aansluiten bij bestaand keuzedeel, bij het vak verbreden en verdiepen challenge weken, doorstroomweek, inzet op open dagen, meeloopdagen en doorstroom onderzoek. Vervolg is dat er eerst wordt gekeken naar het brede mbo-hbo-doorstroomonderzoeksplan van Zone.college. Dit plan is in concept en ligt bij het MT ter goedkeuring. Als dit helder is, is er opnieuw contact tussen Zone.college-collega’s en HVHL.

Verwachting ten aanzien van doelen

We hebben ons ten doel gesteld de uitval van onze mbo-studenten in het eerste leerjaar hbo met 50% te reduceren. Het effect van de inzet van het Ad Diermanagement op de uitval is niet eerder meetbaar dan in zomer 2023. Het mbo-hbo-doorstroomonderzoeksplan wordt voor de zomer van 2021 goedgekeurd en het onderzoek zal eind 2021 worden uitgevoerd.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De uitvoering van de maatregel loopt achter op schema. Het proces van accreditering van de Ad door HVHL vraagt meer tijd was voorzien. De vertraging leidt niet tot andere keuzes. We blijven samen met HVHL werken aan minder uitval van mbo-doorstromers in het eerste jaar.

Maatregel 3: Praktijklocaties Dierverzorging uitbreiden op alle mbo-locaties van Zone.college

Stand van zaken

Doel 1: Meer onderwijs in en met de praktijk en minder] (alleen) theorie. Daardoor betere intrinsieke motivatie van de studenten en betere aansluiting op de arbeidsmarkt

Op alle vijf locaties zijn met kinderboerderijen/asielen/dierenpensions afspraken gemaakt over samenwerking. Op de bedrijven krijgen leerlingen les in een praktijkomgeving, waarbij tevens theorie aan de orde komt. Variërend per locatie en klas krijgen studenten gemiddeld een dagdeel per week les op een praktijklocatie. Er kan zowel gewerkt worden met docenten van Zone.college als met externe vakspecialisten die lessen verzorgen op hun locatie.

Periodiek vinden studentarena’s plaats. Daaruit blijkt dat studenten de lessen in de praktijk erg waarderen. Regelmatig geven studenten aan dat ze graag meer praktijkles willen.

In hoeverre deze maatregel heeft geleid tot een betere plek op de arbeidsmarkt, kan worden gemeten nadat voldoende studenten deze vorm van opleiden hebben afgerond. Daarvan is voor het eerst sprake in januari 2022.

Doel 2: Minder kosten aan opzet, beheer en bij-de-tijd houden van eigen opstallen

De opleiding in Twello is verhuisd naar Deventer. Omdat het praktijkdeel in Deventer is verhuisd naar een kinderboerderij, is de dierenopstal niet meeverhuisd naar Deventer en opgeheven.

In Doetinchem heeft het leren in de praktijk ervoor gezorgd dat studenten lessen over de grote dieren volgen op de nabijgelegen kinderboerderij. Op school zijn enkel wat kleine gezelschapsdieren en enkele herpeten aanwezig. Ook in Zwolle worden enkel kleinere gezelschapsdieren gehouden en worden lessen rondom productiedieren en andere grote diersoorten extern aangeboden. Dit in samenwerking met het vmbo, dat ook gebruikmaakt van de dierverblijven. In Almelo wordt de opstal samen met het vmbo gebruikt en onderhouden. In Hardenberg is gesneden in de hoeveelheid dieren op school en wordt het dierbestand een dezer dagen overgedragen aan het vmbo.

Doel 3: Goed bereikbaar onderwijs, thuisnabij

Alle praktijklocaties waarmee wordt samengewerkt liggen in de regio van onze scholen en zijn daarmee goed bereikbaar. Als de bereikbaarheid lastig is, wordt gebruik gemaakt van busjes om de studenten op de locatie te krijgen.

Verwachting ten aanzien van doelen

Doordat we op elke locatie samenwerken met kinderboerderijen/asielen/dierenpensions is het doel ‘Aansluiting bij de praktijk’ bereikt. Het effect op baankansen wordt gemeten vanaf januari 2022. De doelen ‘Minder kosten aan opstallen’ en ‘Goed bereikbaar onderwijs’ hebben we in de Kwaliteitsagenda niet gekwantificeerd in meetbare resultaten. Alle signalen die tot op heden zijn verzameld over de studenttevredenheid en minder kosten aan opstallen, wijzen erop dat dit een goede richting is.

Ons doel om uitstroomrichtingen vorm te geven voor studenten in de derde jaar, is in een ander daglicht komen te staan. Het kwalificatiedossier wordt aangepast als gevolg van het onderzoek door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Wij vormen een groep van docenten en vertegenwoordigers van bedrijven die de impact van het nieuwe kwalificatiedossier en de inzet op softskills verder vertalen naar de opleiding.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De uitvoering van de maatregel loopt op schema. Elke locatie heeft een samenwerking met een praktijklocatie zoals we hebben beoogd. Een volgende stap is de borging van het praktijk-rijk opleiden, zowel in organisatorische, inhoudelijke als financiële zin.

Maatregel 4: Versterken van het opleidingsdeel softskills bij Dierverzorging

Stand van zaken

Doel 1: Beter kunnen inspelen op wat de individuele student kan en nodig heeft

Er is een nieuw instrument geïntroduceerd, Kompas 21, waarmee de softskills van studenten in kaart kunnen worden gebracht. Vanaf schooljaar 2020-2021 wordt op kleine schaal - in drie klassen - met dit instrument gewerkt. In waarderende gesprekken van studenten met coaches wordt op maat van de student gekeken hoe softskills kunnen worden versterkt met opdrachten in het curriculum. Vanaf schooljaar 2021-2022 wordt deze werkwijze in nagenoeg alle klassen ingezet. Tegelijkertijd wordt gekeken hoe de gesprekken met studenten logischer kunnen worden aangesloten op het curriculum en zal er in het lesaanbod ruimte worden gecreëerd voor het waarderend gesprek (planning najaar 2021).

Doel 2: Een betere voorbereiding van (kwetsbare) studenten op de arbeidsmarkt

Over de beste voorbereiding op de arbeidsmarkt heeft de SBB in recent onderzoek (“Trend- en beroepenonderzoek (vakbekwaam) medewerker Dierverzorging”) dezelfde conclusie getrokken als wij: ontwikkeling van softskills is daarvoor essentieel.

Verwachting ten aanzien van doelen

Het rapport van de SBB heeft ons gesteund in de koers die we hebben uitgezet. Het effect van deze koers op het vinden van een plek op de arbeidsmarkt is niet eerder te meten dan in het schooljaar 2023-2024.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregelen

De uitvoering van de maatregel ligt op schema. In schooljaar 2021-2022 ontwikkelen alle studenten Dierverzorging N2 hun softskills en wordt deze methode van ontwikkeling van softskills ook in andere werkvelden uitgezet. De methode blijven we verder ontwikkelen. Daarbij staan vier speerpunten centraal:

  • Kompas 21 in steeds meer klassen toepassen;
  • Kompas 21 beter inpassen in het programma;
  • Docenten trainen in gesprekstechnieken (waarderend gesprek) en in toepassing van het instrument;
  • Meer mogelijkheden creëren voor maatwerk in het curriculum.

Maatregel 5: Opzetten en uitbreiden entree- en N2-opleidingen groen

Stand van zaken

Doel 1: Vergroten van de kans van kwetsbare jongeren op een baan of doorstroming naar hogere niveaus

Entreeopleiding

Tot 01-08-2020 had Zone.college geen “groen entree-aanbod”. In schooljaar 2020-2021 is de nieuwe entreeopleiding (nieuw crebonummer) gestart in Almelo en Zwolle met in totaal 26 deelnemers. De huidige deelnemers ronden de opleiding af in juli 2021.

Vanaf schooljaar 2021-2022 wordt de entree-opleiding voor het eerst in Doetinchem aangeboden.

Zonder dit aanbod hadden deze jongeren minder kans gehad op een baan of was doorstroming naar mbo-niveau 2 niet mogelijk.

Opleiding Natuur, water en recreatie N2

Ter voorbereiding op het opstarten van een opleiding Natuur, water en recreatie N2 is een onderzoek gedaan naar de haalbaarheid. Daaruit is gebleken dat het niet zinvol is deze opleiding op te zetten. Er blijkt geen arbeidsmarktrelevantie te zijn voor medewerkers op niveau 2. Tevens blijkt de belangstelling voor een dergelijke opleiding bij de doelgroep gering te zijn.

Doel 2: Getalsmatig verder versterken van de opleidingen Bos- & natuurbeheer en Sportvisserij & waterbeheer

De studentaantallen zijn het afgelopen jaar met circa vijftien toegenomen tot 135. In het schooljaar 2021-2022 bedraagt de stijging wederom circa vijftien studenten en komt het totaal op ongeveer 150.

Verwachting ten aanzien van doelen

Om inzicht te krijgen in het effect van de entreeopleiding, meten we vanaf 2021 het ‘vergroten van de kans op van kwetsbare jongeren op een baan of doorstroming naar hogere niveaus’.

We streven in 2023 naar een verdubbeling van het aantal deelnemers aan onze entreeopleidingen. In 2023 willen we tussen de vijfenveertig en vijftig entreestudenten bedienen. Dat willen we gaan realiseren door de naamsbekendheid te vergroten en met meer partners te gaan samenwerken.

We verwachten groei van het aantal studenten Bos- & natuurbeheer en Sportvisserij & waterbeheer naar minimaal 170 in 2023. Daartoe zetten we in op een betere marketing en communicatie, waarbij we vanzelfsprekend voortdurend blijven werken aan kwaliteitsverbetering van de opleiding. We richten ons op geleidelijke groei. Op personeelsgebied moeten we mee kunnen groeien om de kwaliteit op hoog niveau te houden.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De uitvoering van de maatregel ligt op schema. In 2020 hebben we een go/no-go besluit genomen over het ontwikkelen van een brede groene N2-opleiding. Besloten is dat niet te doen. De entreeopleiding is volgens planning opgezet en is in uitvoering.

De entreeopleiding gaan we verbreden en verdiepen. Dat doen we onder andere door:

  • Nauwe en uniforme samenwerking met pro- en vso-scholen uitbreiden naar ons hele werkgebied;
  • Opstellen van een geheel nieuw globaal en specifiek opleidingsplan voor het nieuwe kwalificatiedossier met passende opdrachten in iedere beroepscontext (plantenteelt, dierverzorging, groen, loonwerk). Daarmee hebben we een breder en praktijk-rijker aanbod;
  • Goede samenwerking met gemeenten, RMC (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten) en leerplicht om uitval te voorkomen en een sluitende aanpak te verkrijgen;
  • Bekendheid nieuwe entreeopleiding vergroten (intern binnen Zone.college vmbo, mbo, Groei.zone en daarnaast met de pro- en vso-scholen in ons hele werkgebied).

Maatregel 6: Bijscholen medewerkers waterschappen

Stand van zaken

Doel 1: Compenseren van het kennislek door pensionering van oude medewerkers bij de waterschappen

In samenwerking met CIV Water, Nordwin College, Terra, Helicon en Clusius College is een opleiding opgezet voor zittende medewerkers van waterschappen. Veel waterschappen (Noorderzijlvest, Fryslân, Aa en Maas, Drents Overijsselse Delta, Rivierenland, Rijn en IJssel, Zuiderzeeland) kampen met vergrijzing. Met het vertrek van oudere medewerkers gaat ook veel kennis verloren. Daarom is geïnvesteerd in jongere medewerkers. De eerste acht deelnemers hebben de opleidingen N3 en N4 afgerond. Allen waren werkzaam bij waterschappen.

Inmiddels heeft CIV Water zich uit het project teruggetrokken. De overige betrokken partijen hebben nog geen commitment over het vervolg. Mede daardoor is de werving gestagneerd en staan er vooralsnog geen nieuwe klassen gepland.

Doel 2: Onderwijs in co-creatie met partnerbedrijven realiseren

De opleidingen BBL Waterbeheer N3 en N4 zijn verzorgd op praktijklocaties van het waterschap, niet in gebouwen van school. Docenten van de AOC’s hebben de opleiding verzorgd met gebruikmaking van lopende projecten binnen de waterschappen. Daarmee is een mooie combinatie gevonden tussen praktijk en theorie.

Verwachting ten aanzien van doelen

De vraag vanuit de waterschappen is op dit moment onvoldoende bekend. De verwachting is dat het bijscholen van (potentiële) medewerkers voor waterschappen voorlopig niet plaatsvindt.

Verwachting ten aanzien van uitvoering van de maatregel

De verwachting is dat het bijscholen van waterschappen voorlopig niet plaatsvindt. Dat was wel beoogd in de Kwaliteitsagenda. Eerst zal een herijking van de samenwerking tussen de onderwijspartners moeten plaatsvinden. Welke onderwijspartner wil zich hiervoor in de toekomst op welke wijze blijven inzetten (commitment)? Onderdeel van de herijking is het versterken van de contacten met de waterschappen. De werving en selectie van kandidaten voor een opleiding is daarbij een belangrijk aandachtspunt.

Maatregel 7: Hotspot groen creëren

Stand van zaken

Doel 1: De aansluiting van onderwijs op praktijk optimaliseren

Er is een masterplan Groen gemaakt, in samenspraak met bedrijven en de branchevereniging VHG. Het masterplan is in uitvoering. Dat heeft ertoe geleid dat onderwijs meer in de praktijk plaatsvindt. Met de commitmentbedrijven (waaronder idverde, Donkergroen, Farwick Groenspecialisten, Outlook Groenprojecten en SIGHT Landscaping) zijn afspraken gemaakt over gebruik van hun kennis en expertise. Enerzijds door middel van gastlessen op school en anderzijds via praktijk-rijk leren in de regio. Vakexperts die werkzaam zijn bij bedrijven worden structureel ingezet op onderdelen van het curriculum. Daarnaast worden over het hele jaar praktijkopdrachten aangeboden. Dit zijn opdrachten binnen thema’s die vernieuwend zijn voor de sector, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en natuur en groen in de stad. Maar ook thema’s waarbij machine-inzet nodig is en complexe groenprojecten die op de schoollocatie niet reëel genoeg zijn. Dat leidt ertoe dat op dit moment ongeveer 20% van de opleiding Tuin & landschap praktijk-rijk wordt ingevuld.  Studenten waarderen deze beweging. Dat blijkt uit de feedback die we ontvangen uit studentarena’s, evaluaties en de app FeedMe. Het is voor studenten leuker, waardevoller en afwisselender om buiten de schoollocatie kennis op te doen en aan de slag te gaan. 'Op een echt klusje zie je verschillende manieren van werken,' volgens Robert (student Tuin & landschap). 'Je ziet dat het dan toch echt afwisselend is.’

Doel 2: Leven Lang Leren optimaal faciliteren

Op het gebied van een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) is de samenwerking tussen Groei.zone (dat zich richt op volwassenen) en het mbo opgestart. Het domein groen is een speerpunt als het gaat om LLO. De behoefte aan opleidingen op het gebied van LLO is bij bedrijven en de VHG in kaart gebracht. Voor het nemen van vervolgstappen hebben het mbo, Groei.zone, de VHG en provincie Overijssel samenwerkingsafspraken gemaakt. Ondertussen zijn voor tientallen deelnemers brancheopleidingen verzorgd en hebben diverse events voor het bedrijfsleven op onze locaties plaatsgevonden.

Doel 3: Faciliteren van onderwijsontwikkeling in co-creatie met partnerbedrijven en brancheorganisaties

Met de meeste hechte partners uit het bedrijfsleven - vijftien bedrijven - werken we samen aan de ontwikkeling van het onderwijs. Dat faciliteren we doordat tien docenten veertig uur per jaar stagelopen bij onze partners. We faciliteren bedrijven en vakmensen door hen modules didactiek aan te bieden. Voor het werkveld groen is er een ‘checklist’ voor de ontwikkeling van gastdocenten en vakexperts.

Verwachting ten aanzien van doelen

Voor de doelen ‘Optimaliseren van de aansluiting van onderwijs op praktijk’ en ‘Faciliteren van onderwijsontwikkeling in co-creatie met partnerbedrijven en brancheorganisaties’ streven we in 2023 naar 40% praktijk-rijk leren in samenwerking met onze groene bedrijven. De verwachting is dat we dat gaan realiseren.

De komende jaren streven we naar een uitbreiding van ons aanbod en het aantal deelnemers op het gebied van LLO.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

Het opzetten van de Hotspot groen verloopt volgens planning. Wat achterblijft is het ontwikkelen en verzorgen van cursussen en opleidingen voor volwassenen. Voor het grootste deel is dat toe te schrijven aan COVID-19. LLO staat de komende jaren in het teken van:

  • Uitvoering geven aan de samenwerkingsafspraken met de brancheorganisatie VHG en de Provincie Overijssel;
  • Bijdragen aan de zijinstroom naar de branche.

Maatregel 8: Het opzetten van de opleiding Urban green (N3 en 4)

Stand van zaken

Doel 1: Toekomstbestendigheid van groen versterken door focus op (ook) de stedelijke groene omgeving

Motivaction heeft onderzoek gedaan naar urban green. Daarnaast hebben we met de brancheorganisatie VHG, bedrijven en Wellant college gesproken over de beste invulling voor wat betreft stedelijk groen. Daaruit is geconcludeerd dat het belangrijker maken van het thema urban green in de bestaande opleidingen de voorkeur heeft boven het ontwikkelen van een aparte opleiding Urban green. Vervolgens zijn we gestart met het aanpassen van het curriculum.

Het thema urban green heeft vanaf het schooljaar 2020-2021 voor leerjaar 1 een plek gekregen in het specifiek ontwerp van de opleidingen Medewerker hovenier, Vakbekwaam hovenier en Opzichter/uitvoerder groene ruimte. Bij de ontwikkeling van leerjaar 2 en 3 krijgt urban green ook een plek in het curriculum, zodat daarmee is gewaarborgd dat deze thema’s voldoende aandacht krijgen.

Excellente bedrijven zijn en blijven betrokken bij het bepalen van de opleidingsinhoud. In maart 2020 heeft in regio Borne een pilot-themabijeenkomst over klimaatadaptatie plaatsgevonden met hoveniersbedrijven, gemeente, waterschap en provincie.

Doel 2: Interesseren van nieuwe doelgroepen voor de opleiding groen

Uit het onderzoek naar urban green ontstond de indruk dat er behoefte is aan een nieuwe opleiding. Dat is nader onderzocht bij het bedrijfsleven, samen met Vista College en HAS Hogeschool. Dit heeft geleid tot het opzetten van een nieuwe cross-over: de opleiding Geo, Data en Design. Vanaf het schooljaar 2021-2022 wordt deze opleiding aangeboden.

Verwachting ten aanzien van doelen

De verwachting is dat we het doel ‘Toekomstbestendigheid van groen versterken door focus op (ook) de stedelijke groene omgeving’ weten te realiseren in 2023. Het thema urban green is geïntegreerd in klas 1 van de bestaande opleidingen. De komende jaren volgen klas 2 en 3. Voor wat betreft het doel ‘Interesseren van nieuwe doelgroepen voor de opleiding groen’ wordt in de Kwaliteitsagenda gestreefd naar veertig nieuwe studenten in het schooljaar 2021-2022. Dat is gelukt. Het aantal studenten voor deze opleiding is met veertig toegenomen.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De uitvoering van de maatregel ligt op schema. De komende jaren staan in het teken van doorontwikkeling. Daarbij staande volgende thema’s centraal:

  • Beter aansluiten bij de actualiteit;
  • Grotere betrokkenheid bedrijfsleven in de regio’s waar dat nog onvoldoende is;
  • Meer praktijk , bijvoorbeeld door projecten/werkzaamheden zoals beplantingsconcepten in woonwijken, aanleggen van een blotevoetenpad, aanleggen en onderhoud van natuurlijke zwemvijvers en natuurzwembaden enzovoort;
  • Het keuzedeel Het Levende Gebouw ontwikkelen en uitvoeren, in opdracht van de brancheorganisatie VHG.

De opleiding Geo, data & design is nog niet volledig ontwikkeld. Daar gaan we de komende jaren hard aan werken. Vanzelfsprekend doen we dat samen met bedrijven zoals bijvoorbeeld de Landmeetdienst en Ortageo en gebruiken we de feedback die studenten ons geven.

Maatregel 9: Herbezinning opleidingslocaties (locatie én accent van de opleiding) GGI

Stand van zaken

Doel 1: Aard en ligging van school- en praktijklocaties richten op de vraag uit het bedrijfsleven in de regio

Naar aanleiding van gesprekken met studenten en docenten is besloten om geen opleidingslocaties te sluiten. We gaan alle locaties handhaven en daarvoor is het van essentieel belang de samenwerking tussen locaties en werkvelden te versterken. Op die manier kunnen studenten de opleiding volgen in hun eigen regio en kan kennis en kunde tussen locaties en werkvelden worden uitgewisseld.

Voorbeelden van opbrengsten van een betere samenwerking zijn:

  • Er nu één GGI-opleiding in plaats van meerdere locatiegebonden GGI-opleidingen;
  • De opleidingen Veehouderij en Loonwerk in Almelo en Hardenberg organiseren gezamenlijke een dag rondom Bodem en Teelt, waarbij studenten N3 en N4 van beide opleidingen samen lessen volgen;

In Hardenberg hebben de afspraken met het bedrijfsleven ertoe geleid dat het lokaal van GGI op de schoollocatie vrijwel niet meer wordt gebruikt. Alle praktijklessen worden bij twee bedrijven in de regio vormgegeven. Het schoolgebouw wordt door deze studenten nagenoeg alleen nog gebruikt voor AVO-vakken.

Doel 2: Versterken van de samenwerking met het bedrijfsleven (co-creatie)

Het versterken van de samenwerking met het bedrijfsleven heeft sinds de start van de Kwaliteitsagenda een duidelijke impuls gekregen. Met name in structurele samenwerkingen zijn grote stappen gemaakt. Zo liggen er contracten en afspraken over inzet in de lessentabel. Het leren van praktische vaardigheden vindt daardoor zoveel mogelijk in de praktijk plaats. Zo oefenen studenten in Almelo elke week praktijkvaardigheden bij een bedrijf in de regio, onder leiding van werknemers van het bedrijf. Een ander voorbeeld is dat studenten in Doetinchem beschikken over een proefperceel van een bedrijf. Daar maken ze plannen en voeren zij deze ook uit.

Tot slot wordt in overleg met Cumela en bedrijven uit de regio in gezamenlijkheid inhoud gegeven aan het opleidingsplan. Zij hebben aangegeven dat meer aandacht voor onder andere softskills gewenst is. Nu wordt uitgewerkt hoe dat in de opleiding kan worden opgenomen.

Verwachting ten aanzien van doelen

Voor de opleiding GGI is het de nadrukkelijke wens om thuisnabij opleidingen te kunnen aanbieden. Dat betekent dat de student de opleiding kan volgen in de regio waar hij of zij woont. De studentenaantallen van de opleiding GGI zijn net groot genoeg om deze middels goede samenwerking tussen de locaties en met het bedrijfsleven thuisnabij te organiseren. Elke locatie is nu verbonden met voldoende bedrijven in de regio. Ons streven is dat 40% van de onderwijstijd praktijk-rijk is. Onze verwachting is dat we dat gaan realiseren in 2023.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De uitvoering van deze maatregel ligt op schema. De verwachting is dat het praktijk-rijk leren uitgebreid gaat worden door meer gebruik te maken van praktijklocaties, dit ook in gezamenlijkheid met het werkveld Veehouderij. De vormen van praktijk-rijk onderwijs (individueel versus groepsgewijs, praktijkles versus BPV) en hoe onderwijsteams hieraan invulling kunnen geven, gaan we uitwerken. Daarnaast zal er nog meer samengewerkt worden tussen de locaties door gezamenlijke lessen te organiseren, zowel online als fysiek. Het gebruik van praktijklocaties wordt ook meer in samenwerking opgepakt. Zo zijn er plannen voor een vergaande samenwerking in de vorm van gezamenlijke praktijklessen voor studenten Hardenberg en Almelo.

Maatregel 10: Vernieuwen van het opleidingsprogramma GGI

Stand van zaken

Doel 1: Het werkveld heeft een actueel en toekomstgericht opleidingsplan

Het realiseren van een toekomstgericht opleidingsplan over de locaties heen is gelukt. Het inrichten van een werkveldregiegroep is hiervoor van essentieel belang geweest. Deze werkgroep, bestaand uit collega’s van verschillende locaties, zorgt voor verbinding en voor signalering van wat er speelt op de locaties.

De vakexperts van de betrokken locaties hebben gezamenlijk leerdoelen opgesteld. Een volgende stap is het ontwikkelen van gezamenlijk lesmateriaal op basis van die leerdoelen.

Inmiddels is er al wel een gezamenlijk stageplan vastgesteld en worden dezelfde stageperiodes gehanteerd.

Verwachting ten aanzien van doelen

Het doel is gerealiseerd, er ligt een actueel opleidingsplan. De volgende stap is het verder uitwerken van de inhoud van opleiding in samenwerking met het bedrijfsleven. Door het onderwijs in gezamenlijkheid te ontwikkelen en de elektronische leeromgeving in te richten en toe te passen, werken we efficiënter en is er meer uniformiteit in de kwaliteit van de verschillende opleidingslocaties.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De uitwerking van het toetsplan en de lessentabel zal in de komende periode de aandacht krijgen. Ook het ontwikkelen van gezamenlijk materiaal op basis van overeenkomende leerdoelen krijgt meer vorm. Hierbij speelt het bedrijfsleven een grote rol door middel van het RIF (regionaal investeringsfonds). Ook wordt nadrukkelijk samenwerking gezocht met andere werkvelden, zoals Veehouderij. Denk hierbij aan het gezamenlijk ontwikkelen van curriculum en lesmateriaal en het inzetten van bedrijven.

Maatregel 11: Bij- en nascholingsprogramma GGI

Stand van zaken

Doel 1: Het werkveld heeft een na- en bijscholingsprogramma dat aansluit bij de vraag uit de markt.

Voor de uitvoering van bij- en nascholingsprogramma’s wordt vanuit het werkveld samengewerkt met Groei.zone, de cursuspoot van Zone.college.

Op dit moment wordt de cursus Gewasbescherming aangeboden aan loonwerkbedrijven, zowel op locatie als door middel van individuele inschrijving. Daarnaast worden cursussen aangeboden over de Wet op Natuurbescherming. Met de branchevereniging Cumela stemmen we af over verdere uitbreiding van het aanbod.

Voor onze docenten is in samenwerking met Cumela een training opgezet rondom technologische bedrijfsprocessen in een loonwerkbedrijf. In een vierdaags programma geeft een expert docenten inzicht in de laatste technologische ontwikkelingen. Dat wordt gecombineerd met een stage.

Daarnaast wordt samen met Cumela een educatieve dag voor basisschoolleerlingen opgezet: ‘Veilig met (land)bouwverkeer’. Hierbij doen de leerlingen kennis op over de gevaren van (land)bouwverkeer. Loonwerkbedrijven en studenten GGI werken deze dag uit. Binnen dit initiatief oefenen studenten vaardigheden in het leidinggeven, organiseren en geven van instructie.

Verwachting ten aanzien van doelen

Op dit moment is ons aanbod voor bij- en nascholingsprogramma’s in onze ogen onvoldoende. Door de samenwerking met Cumela en Groei.zone te vergroten, verwachten we op lange termijn - nadat de looptijd van de Kwaliteitsagenda is verstreken - een goed na- en bijscholingsprogramma te kunnen aanbieden.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De uitvoering van de maatregel loopt achter op schema. De uitvoering van het bij- en nascholingsprogramma voor GGI leek eenvoudig en voor het oprapen, maar dat is tegengevallen. We zullen met Cumela in gesprek blijven over de rol die Groei.zone kan spelen in het aanbieden van cursussen, ook op bestuurlijk niveau. Op dit moment is het vooral aftasten. De verwachting is dat we in de komende jaren meer na- en bijscholingsprogramma’s opzetten en uitvoeren.

Maatregel 12: Bij- en nascholingsprogramma Paard

Stand van zaken

Doel 1: Kansen bieden aan het beroepenveld om door te leren ná het afstuderen (Leven Lang Leren)

In het schooljaar 2019-2020 zijn de cursussen Hoefsmid smeedvaardigheid, Kunstmatige inseminatie en Jureren aangeboden en gevolgd door 39 deelnemers.

In het schooljaar 2020-2021 worden geen cursussen aangeboden. Enerzijds door COVID-19. Anderzijds omdat Zone.college haar prioriteit voor de private markt heeft gelegd bij andere werkvelden. Ondertussen wordt wel gewerkt aan het in kaart brengen van de vraag binnen de hippische sector. Zodra de situatie rondom COVID-19 het toelaat, kunnen de bestaande programma’s direct worden aangeboden en kan het aanbod worden uitgebreid.

Verwachting ten aanzien van doelen

COVID-19 zorgt voor een jaar vertraging in de voortgang. Het geformuleerde einddoel luidde: minimaal tien cursussen, die worden gevolgd door minimaal twaalf deelnemers uit het beroepenveld per cursus. Dit doel wordt behaald, maar vermoedelijk pas een jaar na de looptijd van de Kwaliteitsagenda.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De uitvoering van de maatregel loopt achter op schema. Dat wordt veroorzaakt door COVID-19. We blijven ons aanbod voor het beroepenveld jaarlijks evalueren, aanpassen en bijstellen aan de hand van de vraag uit de praktijk. Daarbij streven we naar de groei zoals geformuleerd in de voorgaande paragraaf.

Maatregel 13: Maatwerk Paard

Stand van zaken

Doel 1: Aansluiten bij de studenten die al actief zijn in de paardensport

Middels digitalisering en coaching ‘on the job’ kan maatwerk worden geboden. Daarmee worden relevante activiteiten buiten de school zichtbaar gewaardeerd binnen de opleiding. Voor leerjaar 1 is dat inmiddels ingericht. In schooljaar 2020-2021 zijn elf leerlingen gestart met deze nieuwe vorm van opleiden. Uit de informatie van de studentenarena’s in leerjaar 1 en 2 blijkt dat studenten deze vorm waarderen. De meeste studenten zijn tevreden hoe het nu gaat met betrekking tot school, praktijk en huiswerk. Sommige studenten willen nog meer maatwerk met betrekking tot het rijniveau. De niveau-4-studenten vinden het prettig om de theorielessen online te doen, dat geeft hen meer tijd voor het rijden. De BOL-studenten die een opleiding op niveau 3 volgen, geven juist aan liever meer op school te doen. Ondertussen worden de leerjaren 2 en 3 verder ingericht om maatwerk te kunnen leveren vanaf schooljaar 2021-2022.

Doel 2: Voorkomen van uitval van (met name) (top)sportruiters

Het leveren van maatwerk heeft nog geen positief effect gehad op de uitval. Die is tot op heden hetzelfde gebleven. Wel is de reden van uitschrijving veranderd. In 2019-2020 is er in leerjaar 1 één student uitgeschreven en in 2020-2021 tot nu toe drie studenten uit leerjaar 1 en 2. Bij geen van de vier uitvallers was overbelasting de oorzaak ; de redenen voor uitschrijving betroffen financiën, werk en een andere opleiding.

Verwachting ten aanzien van doelen

On streven is jaarlijks minimaal twaalf studenten op te leiden via het maatwerkprogramma. We verwachten dat te realiseren in 2023. De uitval is nog te hoog. We streven naar uitval van maximaal 30%. We blijven de uitval volgen en analyseren om te komen tot maatregelen die leiden tot structureel minder uitval.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregelen.

De uitvoering van de maatregel ligt op schema en wordt gewaardeerd door studenten. Maatwerk krijgt een grotere plaats in de opleiding. Dat gaan we doen door:

  • Maatwerk met betrekking tot de locatie: studenten hebben de mogelijkheid om op school, op een praktijklocatie of online lessen te volgen. De strikte roostering van BOT en BPV wordt losgelaten en er wordt meer gekeken naar wat de individuele studenten nodig hebben;
  • Meer bedrijven aansluiten: enerzijds doen we dit om deze bedrijven als praktijkopleiders te gebruiken. Anderzijds om vakmensen uit de praktijk in te zetten om het curriculum te blijven afstemmen. Op dit moment hebben we een samenwerking met veertien bedrijven. Dit zal het komend jaar naar verwachting verder worden uitgebreid naar twintig.

Maatregel 14: Internationalisering Paraveterinair

Stand van zaken

Doel 1: Paraveterinairs van Zone.college zijn kansrijker voor een baan in het buitenland

In samenwerking met Terra en Aeres/Nordwin College wordt gewerkt aan het programma Internationalisering. Met drie scholen in Europa (Denemarken, Slovenië en Finland) zijn de eerste afspraken voor samenwerking gemaakt. De eerste internationale studentactiviteiten in Denemarken, die stonden gepland voor april 2021, zijn vanwege COVID-19 verplaatst naar eind 2021. Zodra de situatie rondom COVID-19 het toelaat volgen meer internationale activiteiten. Nu worden daarvoor de producten ontwikkeld.

Het effect op het vinden van een baan in het buitenland is niet eerder dan vier jaar na beëindiging van de coronaperiode te meten.

Verwachting ten aanzien van doelen

Het effect van de maatregel op het vinden van een internationale baan is nog niet zichtbaar omdat studenten door COVID-19 nog geen internationale activiteiten hebben kunnen uitvoeren. Het effect op het vinden van een internationale baan is niet eerder meetbaar dan vier jaar na beëindiging van de coronaperiode.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De impact van COVID-19 op deze maatregel is groot. Zodra het overheidsbeleid het toelaat en het veilig is, worden de internationale studentactiviteiten weer uitgevoerd. De agenda voor de komende jaren bestaat uit:

  • Meer internationale studentactiviteiten ontwikkelen met onze buitenlandse partners;
  • Meer internationale BPV (beroepspraktijkvorming) voor studenten. We zijn tevreden wanneer gemiddeld 50% van de studenten een buitenlandse BPV loopt of een activiteit volgt aan een buitenlandse partnerschool.

Maatregel 15: Honoursprogramma Paraveterinair

Stand van zaken

Doel 1: Kansen op doorstroming en/of een baan voor talentvolle studenten zijn vergroot

In de praktijk doen sommige leerlingen meer ervaringen op dan in het curriculum staan voorgeschreven. Daar waar die ervaringen van toegevoegde waarde zijn voor het diploma, wordt dit gewaardeerd met certificaten.

Een projectteam ontwikkelt en organiseert een honoursprogramma op drie domeinen: vakmanschap, communicatie en maatschappelijk.

Het eerste online event op 20 februari 2021, met een toelichting op het honoursprogramma, is bezocht door twintig geïnteresseerde studenten en werd positief gewaardeerd.

Verwachting ten aanzien van het doel

Het effect van het honoursprogramma op doorstroming of een baan kan nog niet worden vastgesteld. Vanaf komend schooljaar gaat het honoursprogramma van start. Vanaf schooljaar 2023-2024 gaan we evalueren in hoeverre de kansen op doorstroming of een baan zijn vergroot in relatie tot het honoursprogramma.

Verwachting ten zien van uitvoering maatregel

De basis van het honoursprogramma (naam van het programma: eXtra) staat. Nu gaan we het actief aanbieden aan studenten. Ons streven is dat in 2023 minimaal 5% van onze studenten gebruikmaakt van het honoursprogramma.

Maatregel 16: Vernieuwing aanbod Teelt & technologie

Stand van zaken

Doel 1: Zone.college draagt met afgestudeerden meer bij aan het opvullen van vele vacatures in de glastuinbouw en de boomteelt dan nu.

Het aantal deelnemers aan de reguliere opleiding stijgt voortdurend licht. Aankomend jaar zal daar een nieuwe doelgroep bijkomen door de nieuwe brancheopleiding Boomteelt, die is opgezet in samenwerking met Talentboom (brancheorganisatie) en 4 AOC’s.

Vanuit Groei.zone is een project gestart om modulair onderwijs te ontwikkelen dat gericht is op medewerkers van bedrijven, zijinstromers en/of studenten. Er is een onderzoek geweest naar scenario’s van modulair onderwijs. Daarin werd duidelijk dat studenten/deelnemers bij voorkeur willen kiezen uit vaststaande leerarrangementen om te komen tot een volledige opleiding. Doel van dit project is om voor het einde van 2021 een advies/aanzet tot grof ontwerp voor modulair onderwijs op te leveren.

Doel 2: De continuïteit van het werkveld Teelt & technologie is verzekerd

Het aantal leerlingen blijft een kritiek punt en leidt tot zorgen over de continuïteit van de opleiding op lange termijn. Door samenwerking met externe partijen en andere vormen van opleiden (zoals hierboven beschreven) wordt het voortbestaan verankerd.

Daarnaast is geïnvesteerd in de werving voor de opleiding. Er zijn 3D-kassen ontwikkeld waarin geïnteresseerden kunnen rondlopen om zo een goed beeld te krijgen van de opleiding en het werkgebied. De sector heeft last van een negatief imago, terwijl de vraag naar niveau-4-studenten groot is. Door extra in te zetten op de werving wordt aan dat imago gewerkt.

Doel 3: Co-creatie met het bedrijfsleven is bij Teelt & technologie georganiseerd

De opleiding Teelt & technologie is goed aangesloten bij de sector en heeft die aansluiting goed georganiseerd. Docenten hebben een vaste plek bij overlegstructuren binnen de sector. Bedrijven werken structureel met ons samen, onder andere door voor proeven door studenten gebruik te maken van onze praktijkvoorziening.

Verwachting ten aanzien van doelen

De verwachting is dat de opleiding gestaag blijft groeien en dat deze groei met name in de brancheopleidingen te zien zal zijn. De vraag van het bedrijfsleven is groot, maar het aanbod aan studenten en opleidingen is klein. Door modulair en branchegericht op te leiden, kan het onderwijs voldoen aan de vragen uit het bedrijfsleven en kunnen studenten snel in de branche aan het werk. De eerste groep voor een brancheopleiding start in september 2021. Het is reëel om te verwachten dat we in 2023 zijn gegroeid naar 120 studenten.

We hebben een goede samenwerking met de sector. Dat is van grote waarde en willen we blijven behouden. Omdat de samenwerking goed en robuust is georganiseerd, maken we ons daarover geen zorgen.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De ontwikkeling van modulair opleiden zal de aankomende jaren doorgaan, met voor dit jaar als eerste resultaat een advies/aanzet tot grof ontwerp van modulair onderwijs. Het is nu nog niet mogelijk om aan te geven wanneer de eerste deelnemers deze vorm van onderwijs kunnen volgen.

Maatregel 17: Leren in de praktijk Veehouderij

Stand van zaken

Doel 1: De opleidingen Veehouderij (niveau 2, 3 en 4) sluiten goed aan op de (regiospecifieke) vraag.

Permanent onderhouden wij contacten met sectorraad, partners van de RIF, de Kenniswerkplaats Achterhoek, de LTO en bedrijven in ons netwerk, zoals een aantal geselecteerde melkveehouders en  loonwerkers. Met hen stemmen we af over de aansluiting van het curriculum op de ontwikkelingen in het vakgebied. De uitkomsten daarvan worden geborgd in het curriculum, steeds geëvalueerd en aangepast.

Daarvan heeft de student de laatste jaren het volgende gemerkt:

  • De praktijkopdrachten in de opleidingen worden jaarlijks doorgenomen met de praktijkopleiders en bijgesteld, zodat de opdrachten blijven aangesloten op de praktijk;
  • In samenwerking met de Kenniswerkplaats Achterhoek gaan studenten aan de slag met vraagstukken van bedrijven die zijn aangesloten bij de Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Vruchtbare Kringloop Overijssel. Daarbij komen alle regionaal relevante vraagstukken aan bod, zoals N benutting, P2O5, management van kruidenrijk grasland, goed beweiden van koeien en zoveel mogelijk weidegras, veel eiwit van eigen land, levensduur koeien, bedrijfswaterwijzer, extensivering enzovoort.

Doel 2: Onze studenten kunnen diverse bedrijfsopzetten in de veehouderij aan

Binnen de opleiding is het mogelijk om te kiezen tussen melkvee, varkens en pluimvee. Gedurende de opleiding wordt er steeds meer maatwerk geleverd en wordt de mogelijkheid geboden om de meeste sectoren voorbij te laten komen via stage, keuzedelen en keuze van vakgebied (melkvee, pluimvee, varkens, geit en biologisch). In het nieuwe curriculum worden daarbij in het eerste leerjaar alle sectoren al meegenomen, waarbij nu ook biologische akkerbouw en softskills zijn toegevoegd.

Verwachtingen ten aanzien van doelen

Onze doelen zijn gerealiseerd. Door de verbinding met een diversiteit aan bedrijven en samenwerkingsverbanden binnen de sector sluiten onze opleidingen Veehouderij goed aan bij de vragen in de regio en hebben onze studenten voldoende mogelijkheden om zich op te leiden in diverse bedrijfsopzetten.

Verwachtingen ten aanzien van uitvoering van de maatregel

De uitvoering van de maatregel ligt voor op schema. De komende jaren blijven we ons verbinden met bedrijven in de regio. Mogelijk komen we nog nichebedrijven tegen die we willen binden aan onze opleiding.

Voor de komende jaren gaan we ons ook richten op innovaties die in de praktijk plaatsvinden. Daartoe gaan we de samenwerking intensiveren met proefboerderij De Marke, die is verbonden aan Wageningen University & Research (WUR) en diverse innovatieve bedrijven.

Maatregel 18: Vijftien praktijklocaties en praktijkdocenten Veehouderij

Stand van zaken

Doel 1: Het opleidingsprogramma op niveau 3 en 4 is beter te verbinden met de praktijk

40% van het onderwijs van de opleidingen Veehouderij is praktijk-rijk. Met twintig bedrijven, varkenshouders en veehouders in de omgeving van de schoollocaties Doetinchem, Almelo en Hardenberg zijn afspraken gemaakt over inzet van mensen uit de praktijk en onderwijs op de bedrijfslocatie. Concreet betekent dat voor studenten dat een deel van de opleiding, die voorheen in het schoolgebouw plaatsvond en werd verzorgd door docenten, op praktijklocaties plaatsvindt en wordt verzorgd door vakmensen uit de praktijk.

  • Varkenshouderij niveau 3 en 4: vanaf 2019

worden de lessen verzorgd op zes bedrijven en door zes betrokken varkenshouders uit de regio. Deze opzet wordt nu voor het tweede jaar aangeboden. Studenten ervaren de praktijk-rijke leeromgeving als zeer positief.

  • Melkveehouderij niveau 3 klas 1: vanaf 2021 starten we in klas 1 met praktijk-rijk leren. Er moeten nog twee bedrijven bij gezocht worden.
  • Melkveehouderij niveau 4 klas 1: vanaf 2021 starten we in klas 1 met een samenwerking met De Marke/Vruchtbare Kringloop Achterhoek. Hierbij worden op De Marke en door mensen van De Marke of VKA lessen/instructies verzorgd en opdrachten uitgevoerd op het gebied van bodem, bemesting, grasland, voedergewassen, biodiversiteit en kringlooplandbouw.

Door gebruik te maken van simulatieprogramma’s van de bedrijven, leren studenten te werken met de managementprogramma’s die in de sector worden gebruikt. Het Green Mobile Education Centre (GMEC) van Zone.college, dat vanaf 2021 operationeel is, draagt bij aan nieuwe digitale werkvormen, zoals drones, precisielandbouw (bodembeheer), melkrobots (data), beleving (3D en VR) enzovoort.

Verwachtingen ten aanzien van doelen

40% van het onderwijs van de opleidingen Veehouderij vindt plaats in de praktijk. Daarmee hebben we het doel van deze maatregel behaald.

Verwachting ten aanzien van uitvoering van de maatregel

In de komende jaren wordt het curriculum verder ontwikkeld om praktijkleren nog beter te kunnen wegzetten. De samenwerking met loonwerk wordt verder uitgebouwd en om het curriculum up-to-date te houden, worden meer bedrijven aangesloten voor input en innovatie.

Maatregel 19: Praktijklocatie Voeding

Stand van zaken

Doel 1: Het BOL-onderwijs wordt vooral in en met de praktijk verzorgd

In samenspraak met het bedrijfsleven en het ROC van Twente wordt gezocht naar een moderne praktijklocatie. Dat is niet eenvoudig. De mbo-student is vaak te jong (wettelijke gezien) en beschikt niet over de vereiste opleidingen om binnen bedrijven in de praktijk te oefenen. Het opzetten en onderhouden van een eigen moderne praktijklocatie is kostbaar. Binnen de PCPT (Coöperatie Praktijkcentrum voor Procestechnologie) wordt deze zoektocht in samenwerking vormgegeven. Gewenst is een praktijklocatie waar studenten kunnen oefenen en systemen kunnen stopzetten, storingen kunnen simuleren enzovoort. Dit is niet mogelijk in bedrijven, omdat dit het productieproces zou verstoren. Bedrijven zijn wel nodig bij het realiseren van deze praktijklocatie. Er is al een rondgang gemaakt langs bedrijven en daarin heeft een aantal bedrijven aangegeven te willen meewerken.

Doel 2: Het onderwijs van de opleidingen Voeding & technologie sluit nog beter aan bij wat in de markt gevraagd wordt

Naast bovenstaande beweging met het bedrijfsleven zijn er ook ontwikkelingen op het gebied van digitaal lesmateriaal. Verder is de opleiding bezig om studenten de technologiekant van voeding aan te leren door middel van 3D. In samenwerking met Digital Chef zijn er zeven modules ontwikkeld waar in 3D-producten, productielijnen en omgevingen zichtbaar zijn. Ook is een Virtilab opgezet. Dit is een fysieke plek waar mkb-bedrijven concrete digitale vraagstukken op het gebied van voeding neerleggen en studenten daarvoor oplossingen bedenken.

Verwachting ten aanzien van doelen

Een praktijklocatie is alleen te realiseren in samenwerking met bedrijven en andere onderwijsinstellingen. Uitgaande van het meest positieve scenario is de verwachting dat zo’n ruimte er over anderhalf jaar is. Mocht de praktijklocatie worden gerealiseerd, dan zijn wij in staat om ook voor deze doelgroep onderwijs in de praktijk te kunnen verzorgen, zoals wordt beoogd met deze maatregel.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De uitvoering van de maatregel ligt op schema. De focus binnen deze maatregel zal blijven liggen op het vinden van een goede praktijklocatie voor de opleiding, in samenwerking met onze partners.

Voor het Virtilab is een subsidie ontvangen die is gericht op samenwerking met bedrijfsleven. De verwachting is dat het Virtilab binnen Voeding een bredere inzet gaat krijgen.

Maatregel 20: Opleiding Voeding & voorlichting N4 ontwikkelen

Stand van zaken

Doel 1: Zone.college sluit aan bij de marktvraag naar voedingsvoorlichters met kennis van voedingsmiddelentechnologie

Op dit moment wordt de opleiding Voeding & voorlichting aangeboden op de locaties Almelo en Zwolle. Tijdens de opleiding lopen studenten stage bij bedrijven, waar zij hun rol als voedingsvoorlichter kunnen oefenen en vaardigheden kunnen opdoen. Dat doen zij vooral bij streekproductwinkels, zorginstellingen, stadsboeren en diëtistenpraktijken.

In Zwolle werkt de opleiding samen met de Slagersvakopleiding (SVO). Docenten organiseren gezamenlijk praktijklessen, delen lesmateriaal en organiseren samen de inzet van assessoren. Aanleiding hiervoor is het vergelijkbaar aanbod van beide opleidingen. De samenwerking draagt bij aan de positie van de voedingsopleiding in de regio van Zwolle en de bekendheid met wat een voedingsvoorlichter kan. De samenwerking uit zich ook in het zoeken van een goede praktijklocatie in Zwolle om de opleiding beter neer te zetten. Het gebruik van een praktijklocatie zal ook de positie van de opleiding in de regio versterken.

De opleiding merkt in gesprek met het bedrijfsleven dat niet duidelijk is wat bedrijven kunnen verwachten van studenten van deze opleiding.

Doel 2: Het werkveld verzorgt een opleiding Voeding & voorlichting met voldoende studenten om continuïteit op lange termijn te verzekeren.

In 2019 is gestart met de opleiding. Op dit moment volgen vier studenten het eerste leerjaar, tien studenten het tweede leerjaar.

Deze cijfers geven reden tot zorg en dit jaar is sterk ingezet op werving. Door COVID-19 is het niet mogelijk om open dagen of meeloopdagen te organiseren en het blijkt dat de opleiding juist op zulke momenten aankomende studenten goed kan enthousiasmeren.

Verwachting ten aanzien van doelen

De leerlingaantallen zijn te laag. We blijven ons inzetten om groei te realiseren. De opleiding lijkt perspectief te hebben. Kijkend naar maatschappelijke ontwikkelingen zijn er genoeg aanknopingspunten rondom gezonde voeding, duurzaamheid en kringloop om van waarde te zijn in de maatschappij. Dit blijkt ook uit een onderzoek door het marktsegment Voeding, gekoppeld aan de SBB: ‘Het is nu al lastig om voldoende studenten te krijgen, ondanks dat het een kansberoep is’.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De toekomst van de opleiding is nog onzeker, maar de motivatie van docenten is groot en er zal elk jaar worden gekeken hoe de vlag erbij hangt. Er zijn plannen om de promotieactiviteiten in Zwolle vorm te geven in samenwerking met SVO. Eveneens wordt over samenwerking gesproken als het gaat om het vinden en gebruiken van een praktijklocatie.

Er wordt een meedenksessie met stagebedrijven en andere partijen georganiseerd om zo het profiel van de voedingsvoorlichter beter neer te zetten en het netwerk van de opleiding verder te ontwikkelen.

Over de uitvoering van BPV op bedrijven is een afspraak met SBB, om ervoor te zorgen dat meer bedrijven een erkend leerbedrijf kunnen worden voor de opleiding Voeding & voorlichting.

Maatregel 21: Professionalisering docenten organisatiebreed

Stand van zaken

Doel 1: Jaarlijks volgt tenminste 50% van de docenten een bij hen passende ontwikkelprogramma

De volgende ontwikkelprogramma’s lopen:

Leerkracht

  • 21 van de 34 onderwijsteams werken met LeerKRACHT. LeerKRACHT bestaat uit vier onderdelen:
  • Bord- en werksessie. De bordsessie is een wekelijkse, korte sessie, waarin docenten met collega's en de schoolleiding de voortgang bespreken op de doelen voor deze periode. Aansluitend gaan ze in een werksessie met de bijbehorende acties aan de slag.
  • Gezamenlijk lesontwerp. De docenten vertalen de doelen die het onderwijsteam stelt in tweetallen naar de dagelijkse lespraktijk. Door zo samen lessen voor te bereiden, maken ze gebruik van elkaars kennis en kunde.
  • Lesbezoek en feedback. Of een verbeterd lesontwerp werkt, blijkt pas in de praktijk. Daarom geven docenten deze les en vragen ze een collega de les te observeren. Doel van de observatie is te zien en te horen wat het effect van de les op leerlingen is.
  • De stem van de leerling. De leerling of de student is de grootste inspiratiebron voor nieuwe doelen en acties. Zij kunnen bij uitstek feedback geven over het onderwijs en werken zo mee aan verbetering.

Procesbegeleiders

In alle onderwijsteams zit een procesbegeleider. Hij/zij begeleidt processen gericht op de kwaliteit en professionaliteit van het onderwijsteam. Vanuit Zone.academie worden procesbegeleiders geschoold en begeleid, in samenwerking met de Marnix Academie.

Gast en praktijkdocenten

De gast- en praktijkdocenten die wij inhuren voor opleidingen en keuzedelen, worden pedagogisch en didactisch getraind.

Opleiden in de school

Nieuwe docenten en studenten van lerarenopleidingen krijgen ondersteuning vanuit ‘opleiden in de school’. Dat bestaat uit begeleiding door schoolopleiders en vier themadagen.

Individuele ontwikkeling

Elke medewerker heeft de mogelijkheid om in afstemming met zijn sectormanager afspraken te maken over individuele ontwikkeltrajecten.

Verwachting ten aanzien van doelen

Ons doel - minimaal 50% van de medewerkers neemt deel aan een passend ontwikkelprogramma - hebben we ruimschoots behaald. Vanzelfsprekend blijven we de facilitering van de ontwikkeling van onze medewerkers optimaliseren.

Verwachting ten aanzien van uitvoering maatregel

De uitvoering van de maatregel ligt op schema. Speerpunten voor de komende jaren zijn:

  • Ontwikkeling van een onboardingprogramma voor nieuwe docenten;
  • Meer teams gaan LeerKRACHT volgen;
  • Meer medewerkers die gericht aan de eigen ontwikkeling werken.

Financiële verantwoording

Bij het maken van de Kwaliteitsagenda is per maatregel een schatting gemaakt van de materiële kosten en de inzet van personeel. Eenzelfde inschatting is gemaakt voor vijf organisatiebrede posten die van belang zijn voor de realisatie van de Kwaliteitsagenda, te weten:

  • Internationale ervaringen;
  • Lokaalloos leren;
  • Ondersteuning startende docenten;
  • Ontwikkeling HR;
  • Ontwikkeling onderwijsteams.

In de onderstaande tabel is de realisatie ten opzichte van de begroting weergegeven.

Maatregel FTE gerealiseerd Materiele kosten gerealiseerd Totaal gerealiseerd Totaal begroot Verschil
1. Bloem 2,5 114.276  305.004  337.500  32.496 
2. Dier, doorstroom HBO 0,8 60.000  95.000  35.000 
3. Dier praktijklocaties 2,0 116.000  266.000  230.000  -36.000 
4. Dier, soft skills 2,4 144.440  324.440  250.000  -74.440 
5. Groen, entree en N2 0,7 52.500  95.000  42.500 
6. BBL waterbeheer 0,5 34.715  75.000  40.285 
7. Groen. Hotspot 2,0 18.395  168.395  200.000  31.605 
8. Groen, opzetten urban Green 1,5 20.000  132.500  152.500  20.000 
9. GGI, herbezinning opl. locaties 0,7 30.000  82.500  125.000  42.500 
10. GGI vernieuwen programma 0,5 39.783  70.000  30.217 
11. GGI Ont. Bij en nascholing 0,1 7.595  40.000  32.405 
12. Paard, bij en nascholing 0,5 36.166  57.500  21.334 
13. Paard, honneurs 0,9 10.061  75.160  77.500  2.340 
14. Paraveterinair, internationalisering 0,9 7.203  72.392  137.500  65.108 
15. Parav. Honoursprogramma 0,2 1.717  16.184  25.000  8.816 
16. Teelt, vernieuwen aanbod, imago beroep 0,8 28.085  89.893  237.500  147.607 
17. Veehouderij aanbod innoveren 0,8 50.000  110.000  150.000  40.000 
18. Veehouderij praktijklocaties 1,2 90.000  55.000  -35.000 
19. Voeding, praktijklocatie 0,2 233.607  248.607  65.000  -183.607 
20. Nieuwe opleiding V en voorlichting N4 1,0 2.712  81.102  105.000  23.898 
21. Professionaleren docenten 9,5 200.182  912.682  900.000  -12.682 
Internationaal 2,5 187.500  212.500  25.000 
Lokaalloos leren 0,2 214.000  229.000  175.000  -54.000 
Ondersteuning startende docenten 7,0 44.160  569.160  555.000  -14.160 
Begeleidingen ontwikkeling 1,6 199.000  319.000  250.000  -69.000 
Ontwikkeling onderwijsteams 8,0 69.606  669.606  710.000  40.394 
Totalen 49,0 1.503.442  5.179.885  5.382.500  202.615 

Over het geheel gezien loopt de realisatie in de pas met de indicatieve begroting. Op het niveau van de maatregelen zijn er verschillen. De grootste afwijkingen lichten we toe.

  • Maatregel 3, softskills: De kosten zijn hoger dan was voorzien omdat we meer externe specialistische deskundigheid nodig hadden en hebben ingehuurd dan was voorzien.
  • Maatregel 14, Paraveterinair, internationalisering: De realisatie loopt achter bij de begroting. Door COVID-19 hebben nauwelijks internationale activiteiten plaatsgevonden en heeft internationalisering een minder hoge prioriteit gekregen. Vanzelfsprekend zijn doordoor minder kosten gemaakt dan begroot.
  • Maatregel 16: Teelt & technologie, vernieuwen aanbod, imago beroep: De realisatie loopt achter op de begroting. De uitvoering van de maatregel loopt eveneens achter op schema, met als logisch gevolg dat veel minder kosten zijn gemaakt dan begroot.
  • Maatregel 19: Voeding, praktijklocatie: De gemaakte kosten zijn hoger dan begroot. Dat komt door een forse investering in het ontwikkelen van modules met 3D-producten, productielijnen en omgevingen om de praktijk te simuleren. Deze investering was nodig omdat het realiseren van een praktijklocatie meer tijd in beslag neemt dat was voorzien.
  • Ontwikkeling HR: De gemaakt kosten zijn hoger dan begroot. Het opzetten van de Zone.academie heeft zowel materieel als qua inzet van menskracht meer gevraagd dan was voorzien. De Zone.academie is van wezenlijk belang in de transitie naar het werken met onderwijsteams.

BIJLAGE 11: LIJST VAN AFKORTINGEN

AVG: Algemene verordening gegevensbescherming

BIO: Wet op de beroepen in het onderwijs

BBL: Beroeps begeleidende leerweg

BKS: Beroepsgerichte kwalificatie structuur

BOL: Beroeps opleidende leerweg

BPV: Beroepspraktijkvorming

CvB: College van Bestuur

ED: Examinering en diplomering

FB: Financieel beheer

FTE: Fulltime-equivalent

HGL: Het groene lyceum

IBP: Informatiebeveiliging en privacy

GWO: Groene wereld orientatie

KA: Kwaliteitszorg en ambitie

LLO: Leven lang ontwikkelen

LOB: Loopbaanorientatie en begeleiding

MBO: Middelbaar beroeps onderwijs

OP: Onderwijsproces

OR: Onderwijsresultaten

PTA: Programma van Toetsing en afsluiting

RvT: Raad van Toezicht

SE-CE: School examen - Centraal examen

SK: Schoolklimaat

VMBO: Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs

VMR: Vakmanschapsroute

VSV-er: Voortijdig school verlater

WNT: Wet normering topinkomens