C.2 GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA
Algemeen
De geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en Hoofdstuk 660 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven zijn door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Verder is rekening gehouden met de bepalingen van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘WNT’).
Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de aanschaf- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.
De in de jaarrekening opgenomen bedragen luiden in hele euro's.
Continuïteit
De jaarrekening is gebaseerd op de continuïteitsveronderstelling. De COVID-19 pandemie zal niet leiden tot financiële discontinuïteit.
Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.
Immateriële vaste activa
In 2020 heeft Stichting GOON de aandelen van Groeipunt BV verkocht aan de stichting Groei.zone. Bij deze verkooptransactie is (interne) goodwill ontstaan bij stichting Groei.zone. Deze goodwill wordt op groepsniveau aangemerkt als intern gegenereerde goodwill en is derhalve geëlimineerd in de geconsolideerde jaarrekening. Dit geldt eveneens voor de ontstane boekwinst van de verkoop van Groeipunt B.V.
Materiële vaste activa
Bedrijfsgebouwen en terreinen
Bedrijfsgebouwen en terreinen worden gewaardeerd volgens aanschafwaarde, verminderd met lineair berekende afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur. In het jaar van investeren wordt naar tijdsgelang afgeschreven. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen. De vervaardigingsprijs bestaat uit de aanschaffingskosten van grond en hulpstoffen en kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de vervaardiging inclusief installatiekosten. Verder is besloten de desinvesteringen te baseren op basis van een ideaalcomplex. Gelet op de geografische spreiding van locaties en het aantal investeringen wegen de kosten om dit op basis van werkelijkheid bij te houden niet op tegen de baten. Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud aan de bedrijfsgebouwen is een voorziening voor groot onderhoud gevormd.
Overige vaste activa
Overige vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.
Financiële vaste activa
Deelnemingen
Deelnemingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien in een deelneming invloed van betekenis wordt uitgeoefend ( > 20 %) , wordt deze gewaardeerd tegen nettovermogenswaarde. Deze is te berekenen door de activa, voorzieningen en schulden te waarderen en het resultaat te berekenen op basis van de voor de moederstichting geldende waarderingsgrondslagen. Voor ingehouden winsten van tegen nettovermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen, waarover niet vrijelijk beschikt kan worden, wordt een wettelijke reserve gevormd. Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover de instelling in deze situatie geheel of gedeeltelijk instaat voor de schulden van de deelneming, dan wel het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen, wordt hiervoor een voorziening getroffen.
Acquisities en desinvesteringen van groepsmaatschappijen
Vanaf de overnamedatum worden de resultaten en de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen vennootschap opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. De overnamedatum is het moment dat overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend op de desbetreffende vennootschap.
De verkrijgingsprijs bestaat uit het geldbedrag of het equivalent hiervan dat is overeengekomen voor de verkrijging van de overgenomen onderneming vermeerderd met eventuele direct toerekenbare kosten. Indien de verkrijgingsprijs hoger is dan het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva wordt het meerdere als goodwill geactiveerd onder de immateriële vaste activa. Indien de verkrijgingsprijs lager is dan het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva, dan wordt het verschil (negatieve goodwill) als overlopende passiefpost opgenomen.
De maatschappijen die in de consolidatie betrokken zijn, blijven in de consolidatie opgenomen tot het moment dat zij worden verkocht; deconsolidatie vindt plaats op het moment dat de beslissende zeggenschap wordt overgedragen.
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Door de instelling wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde.
Voor het vastgoed zal in voorkomende gevallen beoordeeld worden of een breed impairment onderzoek dient plaats te vinden.
Vorderingen
De vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er op basis van de effectieve rente, rente-inkomsten ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit kas en banktegoeden en worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de rechtspersoon.
Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en bestemmingsreserves en/of -fondsen. Hierin is tevens een segmentatie opgenomen naar publieke en private middelen.
De algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van de school en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten en tekorten welke ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en de werkelijke gemaakte kosten.
De publieke bestemmingsreserves zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, die door het bestuur is aangebracht.
De bestemmingsreserve privaat is gevormd voor de door Zone.college geleverde cursussen aan haar klanten, die zich kwalificeren als private activiteit. Dat wil zeggen dat zij niet gefinancierd mogen worden met publieke middelen. Het financiële resultaat van deze cursussen kwalificeert zich daarom als privaat vermogen.
Voorzieningen
Algemeen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.
De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden waar mogelijk gewaardeerd tegen de contante waarde en voor een aantal voorzieningen doen we dit op basis van de nominale waarde. die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.
Personeelsvoorzieningen
- Ambtsjubilea: Deze wordt opgenomen tegen de contante waarde (rentepercentage 0%) van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met de blijf kans.
- Generatiepact: Deze wordt opgenomen tegen de contante waarde (rentepercentage 0%)van de verwachte uitstroom van middelen. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met de blijf kans.
- Voorziening verlof: De voorziening verlof wordt gevormd (o.b.v. contante waarde (rentepercentage 0%)) door het toepassen van een kansberekening op mogelijke toekomstige uitstroom van middelen als gevolg van niet genoten verlofuren.
- Voorziening langdurig zieken: De voorziening vanwege loondoorbetaling bij ziekte wordt gevormd voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend of geheel niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid. De voorziening loondoorbetaling bij ziekte wordt opgenomen tegen de nominale waarde van de verwachte loondoorbetalingen gedurende het dienstverband.
- Voorziening seniorenverlof: De voorziening seniorenverlof is gevormd voor de toekomstige rechten van werknemers van 57 jaar of ouder op verlof. De werknemer heeft recht op verlof indien hij voldoet aan de in de cao vermelde voorwaarden. De hoogte van de voorziening wordt bepaald door voor de werknemers vanaf 52 jaar o.b.v. de deelnamekans en deelname, de toekomstige kosten te bepalen. De voorziening is opgenomen tegen de contante waarde (rentepercentage 0%)
- Wachtgeld: Jaarlijks wordt met betrekking tot latente verplichtingen voor 10 jaar vooruit, een actuele risico inschatting gedaan en de hiermee gepaard gaande schuldstand vastgesteld op basis van directe salariskosten, monitorings- en begeleidingskosten. De voorziening wachtgeld is opgenomen tegen de contante waarde (rentepercentage 0%).
- Voorziening spaarverlof: voor drie medewerkers geldt er nog een “oud” recht op ADV-spaarverlof. De opbouw van deze verlofuren hebben reeds plaatsgevonden en worden jaarlijks o.b.v. benutting in mindering gebracht.
Voorziening groot onderhoud
Voor uitgaven voor groot onderhoud van gebouwen wordt een voorziening gevormd om deze gelijkmatig te verdelen over een aantal boekjaren. De toevoegingen aan de voorziening wordt bepaald op basis van het geschatte bedrag van het groot onderhoud en de periode die telkens tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud verloopt.
In afwijking van hoofdstuk 212 Materiële vaste activa, paragraaf 4, alinea 451, van de richtlijnen is het voor onderwijsinstellingen voor de boekjaren tot en met 2022 toegestaan de jaarlijkse toevoegingen aan de voorziening groot onderhoud te bepalen op basis van het voorgenomen groot onderhoud gedurende de gehele planperiode van het groot onderhoud op het niveau van het onderwijspand gedeeld door het aantal jaren waaruit deze planperiode bestaat, voor zover deze methode reeds in 2017 werd toegepast en indien is gewaarborgd dat de voorziening groot onderhoud gedurende de planperiode niet op enig moment negatief wordt.
Langlopende schulden
Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de staat van baten en lasten als interestlast verwerkt.
Kortlopende schulden
Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.
Leasing
Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, niet bij de instelling ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Leasebetalingen worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de staat van baten en lasten over de looptijd van het contract.
Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Algemeen
De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Opbrengsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Opbrengstverantwoording
Verlenen van diensten
Opbrengsten uit het verlenen van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.
(Rijks)bijdragen
Onder de rijksbijdragen worden de vergoedingen voor de personele en materiële exploitatie opgenomen verstrekt door het Ministerie OCW. De ontvangen (normatieve) rijksbijdragen uit hoofde van de basisbekostiging (lumpsum) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft (in het jaar van toewijzing) volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten.
Niet-geoormerkte OCW-subsidies (subsidies die volledig vrij besteedbaar zijn) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten. De niet bestede niet-geoormerkte OCW-subsidies worden op uitzondering verantwoord onder de vooruitontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) indien er een afgebakend bestedingsplan is opgesteld waarmee expliciet kan worden aangetoond dat de middelen in de toekomst worden aangewend.
Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (G1-doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekening-clausule heeft) worden naar rato van de voortgang (%) van de gesubsidieerde activiteiten verwerkt in de staat van baten en lasten. De subsidies waarvoor nog niet (alle) activiteiten (prestaties) zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de vooruitontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen.
Geoormerkte OCW-subsidies (G2-doelsubsidies met verrekening-clausule) worden ten gunste van de staat van de baten en lasten verantwoord in het jaar waarvan de werkelijke subsidiabele lasten komen (naar rato van de aan het verslagjaar toe te rekenen werkelijke subsidiabele uitgaven). Niet bestede middelen worden verantwoord onder de vooruitontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord als schuld aan het Ministerie van OCW onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn (subsidietijdvak) is verlopen op balansdatum (terugvordering door Ministerie OCW).
Overige overheidsbijdragen en –subsidies
Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen.
Overige baten
Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet verstrekt zijn door het ministerie van OCW, gemeenten, provincie of andere overheidsinstellingen. Dit zijn baten uit verhuur, detachering, ouderbijdragen en overige baten.
Personeelsbeloningen
Periodiek betaalbare beloningen, lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.
Pensioenen
De instelling heeft een pensioenregeling bij Stichting pensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basis premies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 105% vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugbetaling of een vermindering van toekomstige betalingen leidt. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.
De dekkingsgraad van Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP is per 31 december 2020 conform berekeningssystematiek 93,2%.
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
Immateriële vaste activa inclusief goodwill en materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen.
Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.
Aandeel in het resultaat van deelnemingen
Resultaten van niet-geconsolideerde deelnemingen zijn verantwoord overeenkomstig de nettovermogenswaardemethode. Voor zover niet op nettovermogenswaarde wordt gewaardeerd betreft het resultaat de in het boekjaar ontvangen dividenden.
Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen
Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen zijn waar nodig gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen voor de groep.
Investerings- en beleggingsbeleid
Investeringsbeleid
Zone.college investeert in haar toekomst. Dat vindt voornamelijk plaats in mensen en in onderwijsontwikkeling. Bovendien is er sprake van materiële investeringen. Deze investeringen worden gedaan binnen het kader van de jaarlijks opgestelde investeringsbegroting. Opstelling hiervan vindt niet alleen plaats op basis van het Strategisch beleidsplan, maar ook op basis van de vervangingsbehoeften en vereisten vanuit veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu. De investeringen gebaseerd op het Strategisch beleidsplan zijn gespecificeerd en onderverdeeld in een tweetal categorieën: uitbreidings- en ontwikkelingsinvesteringen. Het Bestuur stelt de investeringsbegroting vast, rekening houdend met de financieringsplannen en -mogelijkheden.
Beleggingsbeleid (Treasury)
Het beleggings- en beleningsbeleid van Zone.college ligt vast in het Treasury Statuut. Dit Treasury Statuut richt zich allereerst op het beheersen van de financiële risico’s en het optimaliseren van de financieringsopbrengsten. Secundair doel is het reduceren van financieringskosten. Belangrijke inkadering van beleggingen vindt hierbij plaats. Uit de beleggingen mogen nooit nieuwe risico’s ontstaan. Zone.college voldoet aan de Regeling Beleggen, belenen en derivaten OC&W 2016 (gewijzigd d.d. 18/12/2018).
De liquide middelen van Zone.college zijn in het verslagjaar slechts belegd in rekening-courant en spaarrekeningen bij banken met dubbel A status (Rabobank, ING en ABN-Amro)
Belastingen
De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum. Deze vennootschapsbelasting heeft uitsluitend betrekking op de meegeconsolideerde vennootschappen.
Er is geen sprake van tijdelijke verschillen, latenties en compensabele verliezen.