Spring naar inhoud

CONTINUÏTEITSPARAGRAAF

B.7.1 MEERJARENVERKENNING

Ontwikkeling aantal leerlingen en studenten

  2020 2021 2022 2023 2024 2025
Aantal leerlingen vmbo  4.240   4.325   4.354   4.277   4.176   4.111 
Studenten mbo bol  2.395   2.365   2.415   2.456   2.503   2.549 
Studenten mbo bbl  656   656   656   656   656   656 
Totaal aantal  7.291   7.346   7.425   7.389   7.335   7.316 

Zone.college heeft tot op heden slechts in beperkte mate gevolgen ondervonden van de demografische krimp. Qua leerlingen- en studentenaantallen wordt, op totaalniveau, tot en met 2022 een stijgende lijn verwacht. Daarna is het de verwachting dat als gevolg van demografische krimp de leerlingenaantallen structureel beperkt zullen dalen weliswaar in combinatie met gelijkblijvende of stijgende marktaandelen.

De inschatting van het studentaantallen mbo sluit aan bij de kwaliteitsagenda mbo en die is ambitieus. In lijn met voorgaand jaar is het aanmeldingsproces omgeven door onzekerheden, mede veroorzaakt door krimp en de corona pandemie. De verwachting is dat dezelfde onzekerheden van toepassing zullen zijn op het aanmeldingsproces voor wat betreft schooljaar 2021-2022. Met deze onvoorspelbaarheid heeft het mbo voldoende rekening gehouden met een vast-flex formatie die rekening houdt met zowel een krimp als een groei scenario voor het schooljaar 2021-2022. Ondanks de genoemde onzekerheden wordt voor de komende jaren een lichte studentengroei verwacht binnen het mbo en dan met name binnen de doorlopende leerlijnen (Het Groene Lyceum en de Vakmanschapsroute).

Ontwikkeling personeel in FTE

  2020 2021 2022 2023 2024 2025
Onderwijsgevend personeel  571   567   572   566   560   557 
Onderwijsondersteunend personeel  168   180   179   175   174   172 
Management  23   19   18   18   18   18 
Totaal personeel in fte  763   766   769   759   752   747 

De ontwikkeling van het aantal fte kan niet los gezien worden van de ontwikkeling van leerlingen en studenten aantallen. Conform leerlingen en studentenaantallen wordt tot en met 2022 een stijging in het aantal fte verwacht.

Meerjarenverkenning, staat van baten en lasten

  2020 2021 2022 2023 2024 2025
rijksbijdragen  68.382   69.444   70.240   71.256   72.296   72.579 
subsidies  5.191   5.108   5.098   5.109   5.080   5.042 
cursusgelden  560   567   606   615   616   614 
bedrijven  1.599   2.300   2.779   3.429   3.857   4.232 
overige  766   2.419   2.392   2.392   2.386   2.379 
Totaal baten  76.497   79.838   81.114   82.801   84.235   84.847 
             
personeel  60.568   63.623   64.096   64.178   64.460   65.017 
afschrijvingen  3.889   3.830   3.534   3.421   3.417   3.813 
huisvesting  5.342   5.736   5.794   5.852   5.910   5.969 
overige  7.737   8.353   8.330   8.290   8.229   8.208 
Totaal lasten  77.537   81.543   81.754   81.740   82.016   83.007 
             
Saldo baten en lasten  -1.040   -1.704   -640   1.061   2.219   1.840 
Saldo financiële baten en lasten  121   196   171   171   171   521 
Resultaat voor belasting  -1.161   -1.900   -810   891   2.048   1.319 
Belastingen            
Resultaat deelneming            
Netto resultaat  -1.161   -1.900   -810   891   2.048   1.319 
             
Inzet impulsgelden vanuit Eigen Vermogen      -350   -350     
             
Netto resultaat gecorrigeerd op impulsgelden  -1.161   -1.900   -1.160   541   2.048   1.319 

Belangrijke ontwikkelingen in de meerjarenverkenning zijn:

  • In 2020 is een start gemaakt met de planvorming omtrent de verbouw/nieuwbouw van het schoolgebouw in Almelo. In de meerjarenverkenning is rekening gehouden met een (eventuele) oplevering van de nieuwe school begin 2025. Dit resulteert in structureel hogere afschrijvingslasten en financiële lasten in 2025 ten opzichte van de jaren daarvoor.
  • De inzet van impulsgelden. Impulsgelden zijn gelden die vanuit het eigen vermogen toegekend kunnen worden om de strategische agenda sneller en of beter uit te voeren. Dit is vanwege de sterkte solvabiliteitspositie van Zone.college mogelijk. In 2020 is een beperkt bedrag gerealiseerd aan impulsprojecten. De toegekende impulsgelden zijn, mede vanwege de uitbraak van de corona pandemie in 2020, doorgeschoven naar 2021. In de begroting 2021 is ca 1 mln. aan impulsgelden gealloceerd. Voor wat betreft 2022 en 2023 zullen impulsgelden voornamelijk ingezet worden op de speerpunten duurzaamheid en vernieuwing.
  • Het oprichten van Stichting Groei.zone (2019) en de overdracht van activiteiten van Groeipunt BV naar Groei.zone (2020) om onder andere in te spelen op het belang van permanent leren (LLO) en de snel veranderende arbeidsmarkt. Het is de verwachting dat, na de nodige investeringen in de jaren 2019 tot en met 2022 (aanloopverliezen), Groei.zone een belangrijke bijdrage gaat leveren aan het resultaat van Zone.college.
  • De Corona pandemie heeft in 2020 grote impact gehad op het onderwijs in het algemeen en daarmee ook op Zone.college. Ook in 2021 zal de impact van deze pandemie merkbaar zijn. Vanuit het ministerie worden daarom additionele programma’s opgesteld (zoals nationaal programma onderwijs) en middelen beschikbaar gesteld in 2021 en mogelijk de jaren daarna. Deze additionele middelen zijn in de meerjarenverkenning buiten beschouwing gelaten, aangezien de hoogte van de eventuele toegekende middelen vooraf niet in te schatten zijn.
  • Met betrekking tot het groot onderhoud heeft Zone.college een voorziening groot onderhoud gevormd volgens de egalisatiemethode. Vanaf 2023 moet een nieuwe systematiek toegepast worden op basis van componenten. Voor de verslaggevingsjaren 2020 tot en met 2022 is de overgangsregeling van kracht. In aanloop van het opstellen van de begroting 2022 gaat de impact van deze omschakeling in beeld gebracht worden.

Meerjarenverkenning balans

  2020 2021 2022 2023 2024 2025
materiële vaste activa  64.898   63.451   61.666   59.996   58.329   76.266 
financiële vaste activa  2.287   2.287   2.287   2.287   2.287   2.287 
vlottende activa  20.812   19.859   19.984   21.695   24.910   17.793 
Totaal activa  87.997   85.597   83.937   83.978   85.526   96.345 
             
eigen vermogen  62.548   60.648   59.488   60.029   62.077   63.396 
Algemene reserve  43.765   42.878   42.442   42.924   44.733   45.786 
Bestemmingsreserve publiek  16.000   15.605   15.105   15.105   15.105   15.105 
Bestemmingsreserve privaat  2.783   2.166   1.942   2.000   2.239   2.506 
voorzieningen  8.518   8.518   8.518   8.518   8.518   8.518 
langlopende schulden  3.458   2.958   2.458   1.958   1.458   10.958 
kortlopende schulden  13.473   13.473   13.473   13.473   13.473   13.473 
Totaal passiva  87.997   85.597   83.937   83.978   85.526   96.345 

Meerjarenverkenning kengetallen

  2020 2021 2022 2023 2024 2025
liquiditeit  1,5   1,5   1,5   1,6   1,8   1,3 
rentabiliteit -2% -2% -1% 1% 2% 2%
huisvesting 9,8% 9,8% 9,8% 9,9% 9,9% 10,5%
solvabiliteit 2 81% 81% 81% 82% 83% 75%
ratio eigen vermogen tov normatief vermogen 85% 82% 81% 81% 83% 72%
             

Nb. De leerlingen- en studentenaantallen en de gepresenteerde balanscijfers (en daarmee ratio’s) wijken af ten opzichte van de begroting 2021. Dit wordt veroorzaakt doordat de leerlingen- en studentenaantallen en de balanscijfers gebaseerd zijn op de daadwerkelijke cijfers 2020 en de begroting 2021 gebaseerd is op de geprognosticeerde cijfers 2020

B.7.2 RISICOPARAGRAAF

Strategie en strategische risico’s

In het strategisch beleidsplan 2020-2023 zijn de missie, visie, de kernwaarden en de strategische doelen voor Zone.college beschreven. Naast het bepalen van de strategische doelen is er tegelijkertijd sprake van risico’s die het realiseren van de gestelde doelen in de weg kunnen staan. Goed risicomanagement geeft inzicht in de risico’s die de organisatie loopt en de effectiviteit van de beheersmaatregelen die de organisatie inzet om betreffende risico’s te mitigeren. In het kader hiervan wordt jaarlijks een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze risico-inventarisatie is gebaseerd op het strategisch beleidsplan. De strategiekaart die hieronder wordt gepresenteerd is daarvan afgeleid.  

De risico-inventarisatie heeft geleid tot 24 strategische risico’s. Daarbij is per risico de (gepercipieerde) kans van optreden en de impact vastgesteld. De strategische risico’s (A t/m X) zijn in bovenstaande afbeelding gekoppeld aan het de strategische doelen. Hierbij is bepaald welke beheersmaatregelen, in opzet aanwezig zijn (of zou moeten zijn), om de gespecificeerde risico’s te mitigeren. In 2021 zullen de strategische risico’s en de daarbij behorende beheersmaatregelen integraal verder uitgewerkt worden. De meest urgente risico’s zijn oranje gemarkeerd en zijn onder te verdelen naar drie risicogebeurtenissen.

Hieronder kort ingegaan op de risicogebeurtenissen:

  1. De verwachte demografische krimp en daarmee de betaalbaarheid van de opleidingen wordt als meest urgent risico aangemerkt, voornamelijk vanaf 2022. De verwachte krimp wordt onder andere opgevangen door onderwijsvernieuwingen en flexibilsering van het personeelsbestand (toekomstbestendig maken organisatie). De doelstelling is om het marktaandeel minimaal te bestendigen. In de strategiekaart zijn deze risico’s gealloceerd aan Centraal aangezien de Rijksbijdragen toegekend wordt op instellingsniveau, echter dit risico is van toepassing op alle onderdelen binnen Zone.college.
  2. De disbalans tussen gevraagde en aanwezige competenties. Dit risico hangt nauw samen met het risico krapte op de arbeidsmarkt. Het voeren van goed HR-beleid, waarin onder andere  leiderschap/coaching-trajecten, scholingsaanbod en het bouwen aan een inspirerende werkomgeving beschreven zijn opgenomen, dragen bij aan het reduceren van het risico.
  3. Onvoldoende integraliteit in de sturing van de organisatieonderdelen.  Adequate interne communicatie, het optimaliseren van de processen binnen de ondersteuningsorganisatie,  het opzetten van een leiderschapsprogramma en meer integrale besturing (door periodieke dialoog directeuren versus bestuur) zijn beheersmaatregelen die de kans op uiting van dit risico verkleinen.

Zoals hierboven bij risico 3 is beschreven wordt ingezet op een meer integrale besturing waarbij de strategische doelen en strategische risico’s expliciet betrokken worden in de periodieke rapportages en gesprekken tussen het bestuur en de directeuren. Hierdoor is er niet alleen aandacht voor de lopende zaken, betrekking hebbende op de korte termijn zoals financiële verantwoording, maar is er ook aandacht voor de realisatie van de strategische doelen op lange termijn.  

In bijlage 8 is de risico control matrix opgenomen waarin van de drie bovengenoemde risico’s de beheersmaatregelen zijn beschreven die betreffende risico’s dienen te mitigeren.

Operationele activiteiten

De operationele en tactische risico’s worden beoordeeld en gemonitord door middel van activiteiten die voortkomen uit de reguliere planning en control cyclus en maken daarmee onderdeel uit het risico-raamwerk. Verplichtingen door wet- en regelgeving (compliance risico’s) worden hierbij meegenomen.  

Financiële positie

Zone.college voert een prudent beleid en is mede daardoor in staat tegenslagen op te vangen. De liquiditeit en solvabiliteit zijn goed op orde. Voor de belangrijkste risico’s met impact op de resultaten zijn bestemmingsreserves gevormd, zoals de terugloop van de middelen voor passend onderwijs, de krimp in leerlingen- en studentenaantallen en calamiteiten. Voor deze risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke impact om te komen tot een omvang van de bestemmingsreserve. Daarnaast zijn voor de grootste risico’s beheersmaatregelen geformuleerd.

B.7.3. PLANNING EN CONTROL

Naast de per risico benoemde beheersmaatregelen is de planning & controlcyclus versterkt door de strategische doelen uit het Strategisch Beleidsplan hierin explicieter op te nemen. De kwartaalrapportages en -gesprekken van directie en bestuur zijn hierdoor niet alleen gericht op jaarplannen maar ook op lange termijn doelen en risico’s. Doel hiervan is ook dat in de dialoog teamleider-directeur meer aandacht is voor de lange termijn doelen en risico’s.

B.7.4. Treasury

Eind 2017 is het treasurystatuut vastgesteld door het college van bestuur en heeft een geldigheid van 5 jaar. In het treasurystatuut is het treasurybeleid en de daaraan gerelateerde taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd. Het gevoerde treasurybeleid vindt plaats binnen de kaders van de regeling van het Ministerie van OC&W. Deze regeling is gewijzigd op 19 december 2018. Het vigerende treasury statuut wordt daarop aangepast.

Het treasurystatuut heeft betrekking op de publieke middelen die Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland beheert en de leningen die ze vanuit genoemde stichting ten behoeve van haar publieke taak aangaat. Tevens zijn beleidskaders vastgelegd voor diegenen die bij deze taken en verantwoordelijkheden betrokken zijn. Daarnaast zijn in het treasurystatuut afspraken vastgelegd over de beheersing van rentekosten en risico’s, financierings- en beleggingsvraagstukken.

Treasury heeft bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland primair als doel het beheersen van financiële risico’s en het optimaliseren van financieringsopbrengsten. Een secundair doel is het reduceren van financieringskosten. De primaire doelstelling van Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is het verzorgen van goed onderwijs, zoals vastgelegd in de statuten van de stichting. Als gevolg hiervan is het financieren en beleggen ondergeschikt en dienend aan de primaire doelstelling. De algehele doelstelling voor de treasuryfunctie bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is dat deze de financiële continuïteit van de organisatie waarborgt. Gedurende het verslagjaar hebben zich geen liquiditeitsproblemen voorgedaan.

Bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is sprake van de volgende beleggingen en leningen:

  • Beleggingen: Er is geen sprake van beleggingen. De liquide middelen zijn in het verslagjaar belegd in rekening courant en spaarrekeningen bij banken met dubbel A status (Rabobank, ING en ABN-Amro (cf. voorgaande jaren). Er is geen sprake van derivaten of overige financiële producten.
  • o/g Leningen: Voor de financiering van de nieuwbouw Doetinchem zijn hypothecaire leningen aangetrokken (2018) met een looptijd van 10 jaar. Jaarlijks wordt deze lening afgelost. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de jaarrekening.

De uitvoering van de treasuryfunctie is door het college van bestuur belegd bij de manager financiën. Daarnaast wordt het college van bestuur, bij treasury aangelegenheden, geadviseerd door de treasurycommissie. De samenstelling van deze commissie bestaat uit het lid college van bestuur met de portefeuille financiën en de concern controller.

Volgend hoofdstuk: C.1 TOELICHTING OP DE BALANS EN STAAT VAN BATEN EN LASTEN